Kommagetallen: ordenen, optellen, vermenigvuldigen en delen
Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer
Kommagetallen zijn getallen met een deel achter de komma, zoals 3,75. Bij optellen en aftrekken zet je komma onder komma. Bij vermenigvuldigen reken je eerst zonder komma en geef je de uitkomst evenveel cijfers achter de komma als de getallen in de som samen hebben.
Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten
Wat zijn kommagetallen?
Kommagetallen zijn getallen die uit een heel deel en een deel achter de komma bestaan. In 3,75 is 3 het hele deel en 75 het deel achter de komma. Je ziet kommagetallen overal: op prijskaartjes, op een weegschaal, bij de tijd van een hardloopwedstrijd en bij een lengte in meters. In groep 7 en 8 leren kinderen met kommagetallen rekenen alsof het gewone getallen zijn, met een paar extra afspraken over waar de komma komt.
Deze pagina gaat over het rekenen zelf. Wil je weten hoe je een kommagetal omzet naar een breuk of een procent, kijk dan bij procenten, breuken en kommagetallen.
Wat betekenen de cijfers achter de komma?
Elk cijfer in een kommagetal heeft een eigen waarde. Achter de komma worden de stukjes steeds tien keer zo klein.
| Getal | Tientallen | Eenheden | Tienden | Honderdsten | Duizendsten |
|---|---|---|---|---|---|
| 24,5 | 2 | 4 | 5 | ||
| 3,75 | 3 | 7 | 5 | ||
| 0,605 | 0 | 6 | 0 | 5 |
Een tiende is 0,1, een honderdste is 0,01 en een duizendste is 0,001. Bij geld zijn de honderdsten de centen. Bij lengte in meters zijn de honderdsten centimeters, want 0,01 m is 1 cm. Daarom helpt het metriek stelsel ook bij het begrijpen van kommagetallen.
Kommagetallen ordenen: welk getal is het grootst?
Veel kinderen denken dat een getal met meer cijfers ook groter is. Bij kommagetallen klopt dat niet. Is 2,36 groter dan 2,4? Nee. Vergelijk eerst het hele deel, en daarna cijfer voor cijfer achter de komma, van links naar rechts.
Een handige truc: maak alle getallen even lang door nullen aan te vullen. Nullen aan het eind veranderen de waarde niet.
- 2,4 wordt 2,400
- 2,36 wordt 2,360
- 2,405 blijft 2,405
Nu zie je het direct: 2,405 is het grootst, daarna 2,400 en dan 2,360. Het getal met de meeste cijfers is hier toevallig wel het grootst, maar 2,36 heeft meer cijfers dan 2,4 en is toch kleiner.
Kommagetallen optellen en aftrekken
Bij optellen en aftrekken geldt één gouden regel: komma onder komma. Dan staan tienden onder tienden en honderdsten onder honderdsten.
- Schrijf de getallen onder elkaar met de komma's precies op één lijn.
- Vul lege plekken aan met nullen. Bij 20 − 4,36 schrijf je 20,00 − 4,36.
- Reken zoals je gewend bent, van rechts naar links.
- Zet de komma in het antwoord recht onder de andere komma's.
Voorbeelden: 12,5 + 3,75 = 16,25 en 20 − 4,36 = 15,64. Een veelgemaakte fout is de getallen rechts uitlijnen, zoals bij hele getallen. Dan komt de 5 van 12,5 onder de 5 van 3,75 en klopt er niets meer van.
Kommagetallen vermenigvuldigen: hoe doe je dat?
Bij kommagetallen vermenigvuldigen hoef je de komma's niet onder elkaar te zetten. Je volgt deze stappen:
- Reken de som uit alsof er geen komma's zijn.
- Tel hoeveel cijfers er in de som samen achter de komma staan.
- Geef het antwoord evenveel cijfers achter de komma.
- Controleer met een schatting of het antwoord kan kloppen.
Uitgewerkt voorbeeld: 2,4 × 0,3
Reken eerst 24 × 3 = 72. In 2,4 staat een cijfer achter de komma en in 0,3 ook een. Samen zijn dat er twee. Het antwoord krijgt dus twee cijfers achter de komma: 0,72.
Schatting: 2,4 × 0,3 is ongeveer een derde van 2,4. Dat is iets minder dan 1. Klopt dus.
Waarom wordt het antwoord soms kleiner?
Kinderen zijn vaak verbaasd dat 2,4 × 0,3 kleiner is dan 2,4. Leg het zo uit: keer 0,3 betekent "neem 3 tienden van". Je neemt dus maar een stukje van het getal. Vermenigvuldigen met een getal kleiner dan 1 maakt de uitkomst altijd kleiner. Een voorbeeld uit de keuken: schep je 0,3 deel uit een pan met 2,4 liter soep, dan heb je 0,72 liter in je kom.
Wil je de keersom zelf op papier oefenen? Op de pagina over cijferend vermenigvuldigen staat het stappenplan.
Keer 10, 100 en 1000
Met 10, 100 of 1000 vermenigvuldigen gaat snel. De cijfers schuiven een, twee of drie plaatsen naar links. Je kunt ook zeggen: de komma schuift naar rechts.
- 3,75 × 10 = 37,5
- 3,75 × 100 = 375
- 3,75 × 1000 = 3750
- 3,75 : 10 = 0,375
Delen met kommagetallen
Delen door een kommagetal is lastig. Daarom maak je er eerst een deling door een heel getal van. Vermenigvuldig beide getallen met hetzelfde getal. De uitkomst blijft dan gelijk.
Voorbeeld: 7,2 : 0,4. Doe beide getallen keer 10. Dan krijg je 72 : 4 = 18. Je kunt het zo controleren: in 7,2 past 0,4 achttien keer, want 18 × 0,4 = 7,2. Een deling met rest of een lange uitkomst reken je met de staartdeling uit.
Veelgemaakte fouten met kommagetallen
- Denken dat 0,45 groter is dan 0,5 omdat 45 meer is dan 5.
- Bij optellen rechts uitlijnen in plaats van komma onder komma.
- Bij vermenigvuldigen de komma op de plek zetten waar hij in een van de getallen stond.
- Nullen aan het eind weglaten waar ze nodig zijn. Bij geld schrijf je € 5,20, niet € 5,2.
- Geen schatting maken, waardoor een antwoord als 72 voor 2,4 × 0,3 niet opvalt.
Zo oefen je thuis met kommagetallen
Gebruik de boodschappen. Laat je kind schatten wat drie producten samen kosten en reken daarna precies na. Meet samen dingen in huis in meters met twee cijfers achter de komma en zet ze op volgorde. Kijk bij een sportwedstrijd naar tijden in seconden met tienden en honderdsten. Kleine opdrachten in het dagelijks leven werken vaak beter dan een werkblad. Meer over rekenen met bedragen lees je bij geld rekenen.
Kommagetallen op de doorstroomtoets
Bij rekenen op de doorstroomtoets komen kommagetallen vaak terug in situaties met geld, gewicht en lengte. Je kind moet getallen kunnen vergelijken en ermee kunnen rekenen. Welke vragen er precies komen, weet niemand van tevoren. Rustig oefenen met dit soort sommen helpt je kind om de vraagvorm te herkennen.
Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg
Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.
Veelgestelde vragen
Hoe vermenigvuldig je kommagetallen?
Reken de som eerst uit zonder komma's. Tel daarna hoeveel cijfers er samen achter de komma staan in de getallen van de som. Het antwoord krijgt evenveel cijfers achter de komma.
Hoe weet je welk kommagetal het grootst is?
Vergelijk eerst het hele deel voor de komma. Is dat gelijk, maak de getallen dan even lang door nullen aan te vullen en vergelijk cijfer voor cijfer van links naar rechts.
Hoe deel je door een kommagetal?
Vermenigvuldig beide getallen met 10, 100 of 1000, zodat je door een heel getal deelt. De uitkomst blijft hetzelfde. Bij 7,2 : 0,4 reken je dus 72 : 4.
Waarom wordt een getal kleiner als je het vermenigvuldigt met 0,5?
Keer 0,5 betekent de helft nemen. Elke keer dat je vermenigvuldigt met een getal kleiner dan 1, neem je maar een deel van het getal. De uitkomst is dan kleiner dan waarmee je begon.