Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Cijferend vermenigvuldigen: zo doe je het stap voor stap

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Bij cijferend vermenigvuldigen zet je de getallen onder elkaar en vermenigvuldig je het bovenste getal met elk cijfer van het onderste getal, van rechts naar links. Voor het tweede cijfer zet je eerst een nul, omdat je met tientallen rekent. Daarna tel je de rijen bij elkaar op.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Wat is cijferend vermenigvuldigen?

Cijferend vermenigvuldigen is een manier om grote keersommen op papier uit te rekenen, zoals 347 × 26. Je werkt met losse cijfers in plaats van met hele getallen. Dat maakt het overzichtelijk: je hoeft nooit meer dan een tafelsom tegelijk te doen. De meeste kinderen leren deze methode in groep 6 of 7, vaak na een periode waarin ze kolomsgewijs hebben gerekend.

Je kind hoeft cijferend vermenigvuldigen niet per se te kiezen. Sommige kinderen rekenen liever kolomsgewijs of met een handige splitsing. Belangrijk is dat de uitkomst klopt en dat je kind een manier heeft die het snapt. Op deze pagina leggen we de cijferende manier uit, zodat jullie thuis samen kunnen kijken waar het misgaat als een som niet klopt.

Cijferend of kolomsgewijs vermenigvuldigen: wat is het verschil?

Op school zie je twee manieren naast elkaar. Bij kolomsgewijs rekenen werk je met de hele waarde van elk cijfer en begin je vaak links. Bij cijferend rekenen begin je rechts en werk je alleen met cijfers, met kleine onthoudgetallen erboven.

KolomsgewijsCijferend
Waar begin je?Meestal links, bij de grootste waardeRechts, bij de eenheden
Hoe reken je?Met hele waarden, zoals 300 × 20Met losse cijfers, zoals 3 × 2
OnthoudenNiet nodig, je schrijft alles uitJa, met kleine cijfers erboven
Aantal rijenVeel, maar elke rij is makkelijkWeinig, maar je moet precies werken

Kolomsgewijs is vaak een opstapje: kinderen zien beter wat de cijfers betekenen. Cijferend gaat sneller als de tafels goed zitten.

Hoe werkt cijferend vermenigvuldigen? Het stappenplan

We rekenen samen 347 × 26 uit. Zet het grootste getal bovenaan en het kleinste eronder. Zorg dat de eenheden recht onder elkaar staan.

  1. Vermenigvuldig het bovenste getal met het laatste cijfer van het onderste getal, de 6. Begin rechts: 6 × 7 = 42. Schrijf de 2 op en zet de 4 klein boven de 4 van 347.
  2. Ga verder: 6 × 4 = 24, plus de onthouden 4 is 28. Schrijf de 8 op en onthoud de 2.
  3. Dan 6 × 3 = 18, plus 2 is 20. Schrijf 20 op. De eerste rij is 2082.
  4. Streep de onthoudcijfers door, zodat je ze niet opnieuw gebruikt. Zet in de tweede rij eerst een 0 helemaal rechts. Je rekent nu met de 2 van 26, en die 2 betekent 20.
  5. Reken 2 × 347 op dezelfde manier: 2 × 7 = 14, 2 × 4 = 8 plus 1 is 9, 2 × 3 = 6. De tweede rij wordt 6940.
  6. Tel de rijen op: 2082 + 6940 = 9022.

Zo ziet de som er op papier uit:

StapWat je uitrekentRij
Eerste rij6 × 3472082
Tweede rij20 × 347, met een 0 rechts6940
Optellen2082 + 69409022

Waarom die nul in de tweede rij?

Dit is het punt waar kinderen het vaakst over struikelen. De 2 in 26 staat op de plek van de tientallen. Je rekent dus eigenlijk 20 × 347. Door eerst een 0 te schrijven, schuift alles een plek naar links en klopt de waarde weer. Laat je kind dit zelf uitleggen. Wie snapt waarom de nul er staat, vergeet hem minder snel.

Een voorbeeld met een nul in het getal

Neem 128 × 305. De eerste rij is 5 × 128 = 640. Dan komt de 0 van 305. Die rij is helemaal nul, dus veel kinderen slaan hem over, en dat mag. Maar dan moet je bij de 3 wel twee nullen voorop zetten, want de 3 betekent 300. Dat geeft 38400. Samen: 640 + 38400 = 39040. Wie maar een nul zet, komt uit op 4480, en dat is veel te weinig.

Veelgemaakte fouten bij cijferend vermenigvuldigen

  • De nul vergeten. Bij 58 × 34 levert dat 232 + 174 = 406 op in plaats van 1972. Een schatting laat meteen zien dat 406 niet kan.
  • Onthoudcijfers dubbel gebruiken. Streep ze door na de eerste rij, of schrijf ze per rij op een andere plek.
  • Het onthoudcijfer vermenigvuldigen. Je telt het onthouden cijfer pas op ná de tafelsom. Bij 6 × 4 met een 4 onthouden is het 24 + 4, niet 6 × 8.
  • Scheve kolommen. Gebruik ruitjespapier: een cijfer per hokje voorkomt veel optelfouten.
  • Tafels die nog niet vast zitten. Een fout in 7 × 8 maakt de hele som fout. Een paar minuten tafels oefenen per dag helpt meer dan je denkt.

Controleren met schatten

Laat je kind altijd eerst schatten. Bij 347 × 26 rond je af naar 350 × 25. Dat is ongeveer 8750. De echte uitkomst, 9022, ligt daar dichtbij. Komt je kind uit op 2082 of op 90220, dan weet het direct dat er iets mis is. Op onze pagina over afronden en schatten lees je hoe je handig schat.

Je kunt ook achteraf controleren met de omgekeerde som: 9022 gedeeld door 26 moet 347 opleveren. Dat oefen je met de staartdeling.

Cijferend vermenigvuldigen met kommagetallen

Ook met kommagetallen werkt deze methode. Reken eerst alsof de komma er niet is. Bij 4,35 × 12 reken je dus 435 × 12 = 5220. Tel daarna hoeveel cijfers er achter de komma stonden in de som. Dat zijn er twee, dus de uitkomst krijgt ook twee cijfers achter de komma: 52,20. Op de pagina over rekenen met kommagetallen staat meer uitleg en oefening.

Zo oefen je thuis

  • Begin met een getal van twee cijfers keer een cijfer, zoals 46 × 7. Pas als dat goed gaat, ga je naar twee keer twee cijfers.
  • Gebruik echte situaties: hoeveel stoelen staan er in 18 rijen van 24? Hoeveel kost een schoolreis voor 27 kinderen van 15 euro?
  • Laat je kind hardop vertellen wat het doet. Zo hoor je precies waar het misgaat.
  • Kijk niet alleen naar het antwoord, maar naar de rijen. Vaak zit de fout in een kleine tafelsom.

Cijferend vermenigvuldigen op de doorstroomtoets

Op de doorstroomtoets staan keersommen vaak in een verhaaltje. Je kind moet dan eerst zien dat het een keersom is, en daarna rekenen. Kladpapier mag vaak gebruikt worden, dus een nette cijferende som helpt. Wij weten niet welke vragen er precies komen, maar het soort sommen oefen je goed met redactiesommen voor groep 8 en met onze gratis oefentoets.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Hoeveel is 236 × 7?

Het goede antwoord is B. Reken van rechts naar links: 7 × 6 = 42, schrijf 2 en onthoud 4. Dan 7 × 3 = 21 plus 4 is 25, schrijf 5 en onthoud 2. Dan 7 × 2 = 14 plus 2 is 16. Samen 1652.
Vraag 2

Bram rekent 58 × 34 cijferend uit en krijgt 406. Wat is het goede antwoord?

Het goede antwoord is D. Bram is de nul in de tweede rij vergeten. De eerste rij is 4 × 58 = 232, de tweede rij is 30 × 58 = 1740. Samen is dat 1972.
Vraag 3

Een school bestelt 24 dozen met elk 144 potloden. Hoeveel potloden zijn dat samen?

Het goede antwoord is A. Reken 144 × 24. De eerste rij is 4 × 144 = 576, de tweede rij is 20 × 144 = 2880. Tel ze op: 576 + 2880 = 3456.
Vraag 4

Welke schatting past het best bij 412 × 49?

Het goede antwoord is C. Rond af naar 400 × 50. Dat is 20000. De precieze uitkomst is 20188, dus 20000 is een goede schatting.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen cijferend en kolomsgewijs vermenigvuldigen?

Bij kolomsgewijs rekenen werk je met de hele waarde van elk cijfer, zoals 300 × 20, en schrijf je alles uit. Bij cijferend rekenen begin je rechts, reken je met losse cijfers en onthoud je wat je overhoudt. Cijferend is korter, kolomsgewijs laat beter zien wat je doet.

Waarom zet je een nul in de tweede rij?

Het tweede cijfer van het onderste getal staat op de plek van de tientallen. Je vermenigvuldigt dus eigenlijk met 20, 30 of 40. De nul zorgt dat de uitkomst een plek naar links schuift en de juiste waarde krijgt.

In welke groep leer je cijferend vermenigvuldigen?

De meeste kinderen leren het in groep 6 of 7 en oefenen het verder in groep 8. Dat verschilt per school en per rekenmethode. Vraag de leerkracht welke manier je kind in de klas gebruikt, zodat je thuis hetzelfde doet.

Hoe controleer je of je antwoord klopt?

Schat de uitkomst vooraf door de getallen af te ronden, bijvoorbeeld 350 × 25 in plaats van 347 × 26. Ligt je antwoord ver van de schatting, reken dan opnieuw. Je kunt ook terugrekenen met een deelsom.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8