Vraag 1 · Lezen
De dans van de honingbij Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.
Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.
De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.
Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.
Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.
Wat is de belangrijkste boodschap van deze tekst?
A. Honingbijen vliegen alleen naar bloemen die dicht bij de korf staan.B. Onderzoekers begrijpen nog steeds niet hoe bijen voedsel vinden.C. Honingbijen laten met een dans aan elkaar zien waar voedsel te vinden is.D. Honingbijen maken geluid om andere bijen naar bloemen te lokken.
Het goede antwoord is C. De hele tekst legt uit hoe bijen met een dans aan elkaar laten zien waar voedsel ligt. In alinea 1 staat zelfs dat ze dat niet met geluid doen.
Vraag 2 · Lezen
De dans van de honingbij Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.
Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.
De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.
Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.
Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.
Wat betekent 'communiceren' in alinea 5?
A. samen een korf bouwenB. informatie aan elkaar doorgevenC. aan elkaar ruikenD. op zoek gaan naar voedsel
Het goede antwoord is B. Communiceren betekent informatie aan elkaar doorgeven. In de tekst geven bijen met hun dans door waar het voedsel ligt.
Vraag 3 · Lezen
De dans van de honingbij Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.
Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.
De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.
Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.
Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.
Een bij doet een kwispeldans waarbij ze heel lang kwispelt. Wat weten de andere bijen dan?
A. Het voedsel ligt vlak bij de korf.B. Het voedsel ligt ver weg.C. De bloemen zijn bijna uitgebloeid.D. De zon staat hoog aan de hemel.
Het goede antwoord is B. In alinea 3 staat: hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. Lang kwispelen betekent dus ver weg.
Vraag 4 · Lezen
De dans van de honingbij Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.
Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.
De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.
Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.
Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.
'Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon.' (alinea 3) Waar verwijst 'Die' naar?
A. de stand van de zonB. de andere bijenC. het kwispelenD. de richting van het rechte stuk
Het goede antwoord is D. 'Die' verwijst terug naar 'de richting van het rechte stuk' uit de zin ervoor. Die richting vertelt welke kant de bijen op moeten vliegen.
Vraag 5 · Lezen
De dans van de honingbij Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.
Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.
De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.
Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.
Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.
Wat is het verband tussen alinea 4 en de alinea's 2 en 3?
A. Alinea 4 noemt de oorzaak van de kwispeldans.B. Alinea 4 geeft een voorbeeld van de kwispeldans.C. Alinea 4 beschrijft een uitzondering: een andere dans als het voedsel dichtbij ligt.D. Alinea 4 vat alinea 2 en 3 kort samen.
Het goede antwoord is C. In alinea 2 en 3 lees je over de kwispeldans. Alinea 4 vertelt dat bijen een andere dans doen als het voedsel heel dichtbij ligt. Dat is een uitzondering op wat ervoor staat.
Vraag 6 · Taalverzorging
Welk woord hoort op de puntjes? Mijn zus ... elke ochtend naar school. (fietsen)
A. fietsB. fietsdC. fietstD. fietsen
Het goede antwoord is C. Het onderwerp is 'mijn zus', dat is één persoon (zij). Dan schrijf je de stam met een t erachter: fiets + t = fietst.
Vraag 7 · Taalverzorging
In welke zin zijn de hoofdletters goed gebruikt?
A. In de zomer gaan we met de trein naar Frankrijk.B. In de Zomer gaan we met de trein naar Frankrijk.C. In de zomer gaan we met de trein naar frankrijk.D. in de zomer gaan we met de Trein naar Frankrijk.
Het goede antwoord is A. Een zin begint met een hoofdletter, en de naam van een land ook: Frankrijk. Seizoenen zoals 'zomer' en gewone woorden zoals 'trein' krijgen geen hoofdletter.
Vraag 8 · Taalverzorging
In welke zin zijn alle meervouden goed geschreven?
A. Op tafel lagen drie menus en twee kranten.B. Op tafel lagen drie menu's en twee kranten.C. Op tafel lagen drie menu's en twee krant's.D. Op tafel lagen drie menuen en twee kranten.
Het goede antwoord is B. Menu eindigt op een klinker die je lang uitspreekt. Zulke woorden krijgen in het meervoud een apostrof en een s: menu's. Krant krijgt gewoon -en: kranten.
Vraag 9 · Taalverzorging
Welk woord hoort op de puntjes? Gisteren ... wij een appeltaart voor oma. (bakken)
A. bakdenB. bakteC. bakktenD. bakten
Het goede antwoord is D. De stam is bak en de k zit in 't ex-kofschip. Daarom krijgt de verleden tijd -te. Bij 'wij' gebruik je het meervoud: bakten.
Vraag 10 · Taalverzorging
Welke zin is goed geschreven?
A. Word je broer morgen twaalf?B. Wordt je broer morgen twaalf?C. Wordt jij morgen twaalf?D. Mijn broer word morgen twaalf.
Het goede antwoord is B. Hier betekent 'je' jouw: het onderwerp is 'je broer' (hij). Bij hij schrijf je stam + t: wordt. Alleen als 'jij' of 'je' zelf het onderwerp is en achter het werkwoord staat, valt de t weg.
Vraag 11 · Rekenen
Een pak appelsap kost € 1,35. Hoeveel betaal je voor 4 pakken?
A. € 5,40B. € 4,40C. € 5,20D. € 4,35
Het goede antwoord is A. 4 × € 1,00 = € 4,00 en 4 × € 0,35 = € 1,40. Samen is dat € 5,40.
Vraag 12 · Rekenen
Hoeveel minuten zijn 2,5 uur?
A. 125 minutenB. 250 minutenC. 130 minutenD. 150 minuten
Het goede antwoord is D. Een uur heeft 60 minuten. 2 uur is 120 minuten en een half uur is 30 minuten. Samen is dat 150 minuten.
Vraag 13 · Rekenen
In groep 8 zitten 28 kinderen. Van hen komt 3/4 op de fiets naar school. Hoeveel kinderen komen op de fiets?
A. 21B. 7C. 24D. 18
Het goede antwoord is A. 1/4 van 28 is 28 : 4 = 7. Dan is 3/4 van 28 gelijk aan 3 × 7 = 21.
Vraag 14 · Rekenen
Een jas kost € 60. In de uitverkoop krijg je 25% korting. Hoeveel betaal je dan?
A. € 15B. € 35C. € 45D. € 50
Het goede antwoord is C. 25% is een kwart. Een kwart van € 60 is € 15 korting. Je betaalt € 60 − € 15 = € 45.
Vraag 15 · Rekenen
Een rechthoekige tuin is 12 m lang en 7,5 m breed. Op de helft van de tuin komt gras. Hoeveel m² gras is dat?
A. 45 m²B. 90 m²C. 39 m²D. 19,5 m²
Het goede antwoord is A. De oppervlakte van de hele tuin is lengte × breedte: 12 × 7,5 = 90 m². De helft daarvan is 45 m².
Volgende vraag