Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Gratis oefentoets doorstroomtoets

15 vragen over lezen, taalverzorging en rekenen, op het niveau van groep 8. Na elke vraag zie je meteen het goede antwoord met uitleg. Je hoeft niets in te vullen of aan te maken: de antwoorden blijven op dit apparaat.

Vraag 1 · Lezen

De dans van de honingbij

Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.

Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.

De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.

Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.

Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.

Wat is de belangrijkste boodschap van deze tekst?

Het goede antwoord is C. De hele tekst legt uit hoe bijen met een dans aan elkaar laten zien waar voedsel ligt. In alinea 1 staat zelfs dat ze dat niet met geluid doen.
Vraag 2 · Lezen

De dans van de honingbij

Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.

Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.

De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.

Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.

Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.

Wat betekent 'communiceren' in alinea 5?

Het goede antwoord is B. Communiceren betekent informatie aan elkaar doorgeven. In de tekst geven bijen met hun dans door waar het voedsel ligt.
Vraag 3 · Lezen

De dans van de honingbij

Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.

Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.

De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.

Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.

Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.

Een bij doet een kwispeldans waarbij ze heel lang kwispelt. Wat weten de andere bijen dan?

Het goede antwoord is B. In alinea 3 staat: hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. Lang kwispelen betekent dus ver weg.
Vraag 4 · Lezen

De dans van de honingbij

Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.

Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.

De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.

Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.

Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.

'Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon.' (alinea 3) Waar verwijst 'Die' naar?

Het goede antwoord is D. 'Die' verwijst terug naar 'de richting van het rechte stuk' uit de zin ervoor. Die richting vertelt welke kant de bijen op moeten vliegen.
Vraag 5 · Lezen

De dans van de honingbij

Wie in de zomer naar een bloeiende struik kijkt, ziet vaak tientallen bijen tegelijk. Toeval is dat niet. Honingbijen vertellen elkaar namelijk waar ze voedsel kunnen vinden. Dat doen ze niet met geluid, maar met een dans.

Als een bij een plek met veel bloemen heeft ontdekt, vliegt ze terug naar de korf. Daar loopt ze in het donker over de raten een speciaal patroon. Ze loopt een stukje rechtdoor en schudt daarbij heftig met haar achterlijf. Daarna draait ze een boogje terug naar het begin en doet ze het opnieuw. Deze beweging heet de kwispeldans.

De richting van het rechte stuk is belangrijk. Die vertelt de andere bijen in welke richting ze moeten vliegen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer het kwispelen duurt, hoe verder weg het voedsel ligt. De bijen die meekijken, voelen de dans met hun voelsprieten. Ze ruiken ook aan de danseres, zodat ze weten naar welke bloemen ze moeten zoeken.

Ligt het voedsel heel dicht bij de korf, dan maakt de bij een eenvoudiger dans: ze draait dan alleen rondjes. De andere bijen weten dan dat ze in de buurt moeten zoeken.

Onderzoekers vinden het bijzonder dat zulke kleine dieren zo precies met elkaar kunnen communiceren. Het laat zien dat je geen woorden nodig hebt om belangrijke informatie door te geven. Een bijenvolk werkt daardoor als één grote ploeg, waarin iedereen weet wat er moet gebeuren.

Wat is het verband tussen alinea 4 en de alinea's 2 en 3?

Het goede antwoord is C. In alinea 2 en 3 lees je over de kwispeldans. Alinea 4 vertelt dat bijen een andere dans doen als het voedsel heel dichtbij ligt. Dat is een uitzondering op wat ervoor staat.
Vraag 6 · Taalverzorging

Welk woord hoort op de puntjes? Mijn zus ... elke ochtend naar school. (fietsen)

Het goede antwoord is C. Het onderwerp is 'mijn zus', dat is één persoon (zij). Dan schrijf je de stam met een t erachter: fiets + t = fietst.
Vraag 7 · Taalverzorging

In welke zin zijn de hoofdletters goed gebruikt?

Het goede antwoord is A. Een zin begint met een hoofdletter, en de naam van een land ook: Frankrijk. Seizoenen zoals 'zomer' en gewone woorden zoals 'trein' krijgen geen hoofdletter.
Vraag 8 · Taalverzorging

In welke zin zijn alle meervouden goed geschreven?

Het goede antwoord is B. Menu eindigt op een klinker die je lang uitspreekt. Zulke woorden krijgen in het meervoud een apostrof en een s: menu's. Krant krijgt gewoon -en: kranten.
Vraag 9 · Taalverzorging

Welk woord hoort op de puntjes? Gisteren ... wij een appeltaart voor oma. (bakken)

Het goede antwoord is D. De stam is bak en de k zit in 't ex-kofschip. Daarom krijgt de verleden tijd -te. Bij 'wij' gebruik je het meervoud: bakten.
Vraag 10 · Taalverzorging

Welke zin is goed geschreven?

Het goede antwoord is B. Hier betekent 'je' jouw: het onderwerp is 'je broer' (hij). Bij hij schrijf je stam + t: wordt. Alleen als 'jij' of 'je' zelf het onderwerp is en achter het werkwoord staat, valt de t weg.
Vraag 11 · Rekenen

Een pak appelsap kost € 1,35. Hoeveel betaal je voor 4 pakken?

Het goede antwoord is A. 4 × € 1,00 = € 4,00 en 4 × € 0,35 = € 1,40. Samen is dat € 5,40.
Vraag 12 · Rekenen

Hoeveel minuten zijn 2,5 uur?

Het goede antwoord is D. Een uur heeft 60 minuten. 2 uur is 120 minuten en een half uur is 30 minuten. Samen is dat 150 minuten.
Vraag 13 · Rekenen

In groep 8 zitten 28 kinderen. Van hen komt 3/4 op de fiets naar school. Hoeveel kinderen komen op de fiets?

Het goede antwoord is A. 1/4 van 28 is 28 : 4 = 7. Dan is 3/4 van 28 gelijk aan 3 × 7 = 21.
Vraag 14 · Rekenen

Een jas kost € 60. In de uitverkoop krijg je 25% korting. Hoeveel betaal je dan?

Het goede antwoord is C. 25% is een kwart. Een kwart van € 60 is € 15 korting. Je betaalt € 60 − € 15 = € 45.
Vraag 15 · Rekenen

Een rechthoekige tuin is 12 m lang en 7,5 m breed. Op de helft van de tuin komt gras. Hoeveel m² gras is dat?

Het goede antwoord is A. De oppervlakte van de hele tuin is lengte × breedte: 12 × 7,5 = 90 m². De helft daarvan is 45 m².

Je kind had vragen goed

Lezen
Taalverzorging
Rekenen

Een oefentoets is geen voorspelling van de echte uitslag. Hij laat zien waar je kind nog kan groeien.