Lezen en begrijpend lezen voor de doorstroomtoets
Lezen is een van de drie verplichte onderdelen van de doorstroomtoets. Je kind leest verschillende teksten en beantwoordt vragen over de inhoud, de bedoeling van de schrijver en de opbouw van de tekst. De uitslag laat zien of je kind referentieniveau 1F of 2F haalt.
Waar gaat het leesonderdeel van de doorstroomtoets over?
Bij lezen draait het om begrijpen, niet om snel of hardop lezen. Je kind krijgt teksten van verschillende soorten, zoals een verhaal, een informatieve tekst, een advertentie of een betoog. Daarna volgen vragen die verder gaan dan het opzoeken van een feitje. Typische vragen gaan over:
- de hoofdgedachte van een tekst of alinea;
- het doel van de schrijver: informeren, overtuigen, amuseren of iets uitleggen;
- het verband tussen zinnen, vaak aangegeven met signaalwoorden;
- waar een woord als hij, dit of daarom naar verwijst;
- het verschil tussen een feit en een mening;
- informatie halen uit een schema, tabel of inhoudsopgave.
Wat moet een kind in groep 8 kunnen bij lezen?
Voor lezen zijn er twee referentieniveaus. 1F is het fundamentele niveau dat een leerling aan het eind van groep 8 minimaal zou moeten beheersen. 2F is het streefniveau. Een kind op 2F kan ook langere en minder eenvoudige teksten begrijpen, kan conclusies trekken die niet letterlijk in de tekst staan en kan de opbouw van een tekst doorzien.
Vanaf de toets van 2027 worden de grensscores voor de referentieniveaus opnieuw vastgesteld. Volgens de PO-Raad wordt verwacht dat landelijk iets minder leerlingen 2F voor lezen halen. Wat dat precies betekent, is nog niet bekend.
Waar gaat het vaak mis bij lezen?
Bij begrijpend lezen zitten de fouten zelden in het lezen zelf. Kinderen lezen de vraag te snel, kiezen een antwoord dat wel in de tekst staat maar geen antwoord op de vraag is, of laten zich leiden door wat ze zelf al weten in plaats van door wat de schrijver zegt. Ook lange teksten kunnen ontmoedigen, waardoor een kind halverwege gaat gokken. Het helpt om te oefenen met één vraag tegelijk: lees de vraag, zoek de plek in de tekst, en controleer dan of je antwoord echt bij de vraag past. Wie die drie stappen gewend is, blijft ook bij een lastige tekst rustig.
Hoe pak je begrijpend lezen oefenen aan?
Lezen oefen je niet alleen met oefenvragen. Wie veel en gevarieerd leest, bouwt woordenschat en achtergrondkennis op, en dat helpt bij elke tekst.
- Lees elke dag iets. Een boek, de krant voor kinderen, een artikel over een hobby. Variatie is belangrijker dan lengte.
- Praat over wat je kind leest. Vraag: waar ging het over? Wat wilde de schrijver bereiken? Was je het ermee eens?
- Leer een vaste aanpak. Eerst de titel en tussenkoppen bekijken, dan de vraag lezen, dan in de tekst zoeken. Op leesstrategieën lees je hoe dat werkt.
- Laat je kind antwoorden onderbouwen. Waar in de tekst staat dat? Zo voorkomt het gokken.
- Oefen met vraagvormen. Op begrijpend lezen in groep 8 staan teksten met vragen en uitleg.
Hieronder vind je alle pagina's over lezen, van tekstsoorten tot samenvatten.
Alle onderwerpen
Begrijpend lezen groep 7: oefenen met teksten en vragen
Begrijpend lezen groep 7: wat je kind dit jaar leert, een weekschema van tien minuten per dag en twee oefenteksten met zes vragen.
Begrijpend lezen groep 8: uitleg en oefenteksten
Begrijpend lezen groep 8: wat je kind moet kunnen bij 1F en 2F, hoe je een lange tekst aanpakt, en twee oefenteksten met zes vragen.
Begrijpend lezen oefenen met teksten en vragen
Begrijpend lezen oefenen met twee nieuwe teksten en zes vragen met uitleg. Plus een stappenplan dat je thuis direct met je kind gebruikt.
Feit of mening: zo herken je het verschil
Feit of mening? Leer het verschil herkennen met vier stappen, signaalwoorden, lastige voorbeelden en vier oefenvragen voor groep 7 en 8.
Hoofdgedachte en kernzin: zo vind je ze
Hoofdgedachte en kernzin uitgelegd: het verschil met het onderwerp, een uitgewerkt voorbeeld, een stappenplan en vier oefenvragen.
Leesstrategieën: zo begrijp je een tekst beter
Leesstrategieën uitgelegd voor groep 7 en 8: voorspellen, vragen stellen, ophelderen en samenvatten. Met een overzichtstabel, voorbeeld en oefenvragen.
Samenvatten: zo maak je een goede samenvatting
Samenvatten in zes stappen: zo haal je de hoofdpunten uit een tekst. Met een uitgewerkt voorbeeld, veelgemaakte fouten en tips voor groep 7 en 8.
Signaalwoorden: wat zijn het en hoe herken je ze?
Wat zijn signaalwoorden? Uitleg met een overzichtstabel per soort verband, een uitgewerkt voorbeeld en vier oefenvragen voor groep 7 en 8.
Studievaardigheden: informatie vinden, lezen en gebruiken
Studievaardigheden in groep 7 en 8: informatie opzoeken, kaarten, tabellen en schema's lezen. Met een stappenplan, tips voor thuis en 4 oefenvragen.
Tekstsoorten herkennen: overzicht met voorbeelden
Tekstsoorten op een rij: informatief, instructief, betogend, wervend, beschouwend en verhalend. Met kenmerken, voorbeelden en oefenvragen.
Verwijswoorden: wat zijn het en waar verwijzen ze naar?
Verwijswoorden uitgelegd: welke soorten er zijn, de vervangtruc om te vinden waar ze naar wijzen, een uitgewerkt voorbeeld en oefenvragen.
Veelgestelde vragen
Wat is begrijpend lezen?
Begrijpend lezen is een tekst lezen en snappen wat er staat, wat de schrijver bedoelt en hoe de tekst in elkaar zit. Het gaat om begrijpen, niet om snel lezen.
Welk leesniveau moet je kind halen in groep 8?
1F is het fundamentele niveau dat een leerling aan het eind van groep 8 minimaal zou moeten beheersen. 2F is het streefniveau.
Helpt veel lezen voor de doorstroomtoets?
Veel en gevarieerd lezen bouwt woordenschat en achtergrondkennis op, en dat helpt bij het begrijpen van teksten. Praten over wat je kind leest maakt het nog sterker.
Welke teksten komen er op de doorstroomtoets?
Verschillende soorten, zoals verhalen, informatieve teksten, betogen en teksten met schema's of tabellen. De precieze teksten verschillen per toets.