Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Leesstrategieën: zo begrijp je een tekst beter

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Leesstrategieën zijn manieren om een tekst beter te begrijpen. Voor het lezen bepaal je je leesdoel en voorspel je waar de tekst over gaat. Tijdens het lezen stel je vragen en zoek je uit wat je niet snapt. Na het lezen vat je samen wat het belangrijkste was.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Leesstrategieën zijn slimme manieren van lezen. Een goede lezer gebruikt ze vaak zonder het te merken: hij kijkt eerst naar de titel, vraagt zich af wat er komt, leest een lastige zin nog een keer en weet aan het eind wat de kern was. Kinderen die het lezen moeilijk vinden, slaan die stappen vaak over. Het goede nieuws: leesstrategieën kun je aanleren. Op deze pagina lees je welke strategieën er zijn, hoe je ze thuis voordoet en hoe ze helpen bij het lezen van toetsteksten.

Welke leesstrategieën zijn er?

Scholen gebruiken verschillende namen, maar de meeste methodes verdelen de leesstrategieën in drie momenten: voor, tijdens en na het lezen.

MomentStrategieVraag die je jezelf stelt
Voor het lezenLeesdoel bepalenWaarom lees ik dit, en wat wil ik te weten komen?
Voor het lezenVoorspellenWaar zal de tekst over gaan, als ik naar de titel en de plaatjes kijk?
Voor het lezenVoorkennis ophalenWat weet ik al over dit onderwerp?
Tijdens het lezenVragen stellenWaarom gebeurt dit? Wat wil de schrijver hier zeggen?
Tijdens het lezenOphelderenWelk woord of welke zin snap ik niet, en hoe los ik dat op?
Tijdens het lezenVisualiserenWelk beeld zie ik voor me bij deze beschrijving?
Tijdens het lezenVerbanden leggenHoe hangt deze zin samen met de vorige?
Na het lezenSamenvattenWat is het belangrijkste in een paar zinnen?
Na het lezenTerugblikkenKlopte mijn voorspelling? Heb ik mijn antwoord gevonden?

Leesstrategieën voor het lezen

Wie meteen begint te lezen, weet niet waar hij op moet letten. Neem daarom eerst een halve minuut om rond te kijken. Lees de titel en de tussenkopjes, bekijk de plaatjes en bedenk wat je al weet over het onderwerp. Een kind dat al iets weet over vulkanen, begrijpt een tekst over een uitbarsting makkelijker, omdat het nieuwe informatie aan oude kennis kan vastmaken.

Kies de juiste manier van lezen

Niet elke tekst lees je op dezelfde manier. Het leesdoel bepaalt hoe je leest:

  • Oriënterend lezen: snel kijken waar de tekst over gaat, aan de hand van titel, kopjes en plaatjes.
  • Globaal lezen: de tekst doorlezen om de grote lijn te snappen, zonder op elk detail te letten.
  • Zoekend lezen: gericht zoeken naar één stukje informatie, zoals een tijd of een naam.
  • Intensief lezen: alles nauwkeurig lezen, bijvoorbeeld als je iets moet leren of een vraag precies moet beantwoorden.

Leesstrategieën tijdens het lezen

Tijdens het lezen houdt een goede lezer zichzelf in de gaten. Snap ik dit nog? Zodra het antwoord nee is, gebruikt hij een strategie om het op te lossen. Bij een onbekend woord lees je de zinnen eromheen nog eens en kijk je naar de woorddelen. Hoe je dat aanpakt, lees je bij woordenschat. Bij een lastige zin helpt het om te letten op kleine woorden die het verband aangeven, zoals daardoor, maar en bovendien. Dat zijn signaalwoorden. En bij woorden als hij, dat en daar moet je weten waar ze naar terugwijzen, zoals je leest bij verwijswoorden.

Visualiseren is vooral handig bij verhalen en beschrijvingen. Vraag je kind wat het voor zich ziet. Kan het de plek of de persoon beschrijven? Dan is de tekst goed binnengekomen.

Leesstrategieën na het lezen

Na het lezen kijk je terug. Wat was de belangrijkste boodschap? Klopte je voorspelling? Door kort samen te vatten merk je of je de tekst echt begrepen hebt. Een samenvatting is geen lijst van alles wat je onthouden hebt, maar de kern in een paar zinnen. Lees meer bij samenvatten en bij hoofdgedachte en kernzin.

Uitgewerkt voorbeeld: hardop denken

De beste manier om leesstrategieën aan te leren, is ze hardop voordoen. Neem deze korte tekst:

Waarom hangen vleermuizen ondersteboven? Een vleermuis kan, anders dan een vogel, niet goed opstijgen vanaf de grond. Daarom hangt hij ondersteboven. Als hij weg wil, laat hij zich gewoon vallen en spreidt hij zijn vleugels. Hangen kost hem weinig moeite, want zijn pootjes klemmen zich vanzelf vast.

Zo kan hardop denken klinken bij deze tekst:

  1. De titel is een vraag. Ik voorspel dat de tekst het antwoord geeft. (voorspellen)
  2. Ik weet al dat vleermuizen overdag slapen en 's nachts vliegen. (voorkennis)
  3. Opstijgen, wat is dat precies? Het gaat over wegvliegen vanaf de grond, dus het betekent omhoog de lucht in gaan. (ophelderen)
  4. Daarom, dat is een signaalwoord. Het ondersteboven hangen is dus het gevolg van het niet goed kunnen opstijgen. (verbanden leggen)
  5. Ik zie een vleermuis die loslaat, valt en dan wegvliegt. (visualiseren)
  6. Kort gezegd: vleermuizen hangen ondersteboven zodat ze makkelijk weg kunnen vliegen. Mijn voorspelling klopte. (samenvatten en terugblikken)

Doe dit een paar keer voor en laat je kind het daarna zelf proberen bij een tekst uit een tijdschrift of informatieboek. Na een tijdje gaat het vanzelf, en hoeft je kind niet meer hardop te denken.

Veelgemaakte fouten

  • Alle strategieën tegelijk willen gebruiken. Begin met één strategie, bijvoorbeeld voorspellen, en voeg pas later een volgende toe.
  • Strategieën als losse trucjes zien. Het gaat er niet om dat je kind de namen kent, maar dat het de tekst beter begrijpt.
  • Doorlezen terwijl je het niet meer snapt. Juist dan is het moment om terug te lezen of iets op te helderen.

Leesstrategieën en de doorstroomtoets

Lezen is een van de vaste onderdelen van de doorstroomtoets. Leesstrategieën helpen daar op twee manieren. Oriënterend lezen geeft je kind snel een idee waar de tekst over gaat, en zoekend lezen helpt om bij een vraag de goede plek in de tekst terug te vinden. Belangrijk: lees bij een vraag altijd de zinnen eromheen intensief, want het antwoord hangt vaak van de details af. Hoe je per vraag te werk gaat en hoe je foute antwoorden wegstreept, staat bij begrijpend lezen oefenen.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Daan ziet de titel ‘Waarom bijen dansen’ en zegt: ‘Ik denk dat het gaat over hoe bijen elkaar iets laten weten.’ Welke leesstrategie gebruikt Daan?

Het goede antwoord is C. Daan heeft de tekst nog niet gelezen en bedenkt op basis van de titel waar die over gaat. Dat heet voorspellen.
Vraag 2

Je wilt in een folder alleen de openingstijden van de bibliotheek vinden. Welke manier van lezen past daar het best bij?

Het goede antwoord is A. Je zoekt één stukje informatie. Dan hoef je niet alles te lezen, maar zoek je gericht naar de tijden. Dat is zoekend lezen.
Vraag 3

‘Mila had haar regenjas thuis laten hangen. Toen ze bij school aankwam, droop het water uit haar haren.’ Wat kun je afleiden als je deze twee zinnen met elkaar verbindt?

Het goede antwoord is D. Mila had geen regenjas bij zich en kwam met natte haren aan. Als je die zinnen verbindt, snap je dat het onderweg regende. Dat staat er niet letterlijk, je leidt het af.
Vraag 4

Na het lezen schrijft Sara in twee zinnen op wat het belangrijkste uit de tekst is. Welke leesstrategie gebruikt Sara?

Het goede antwoord is B. De kern van een tekst in een paar zinnen opschrijven heet samenvatten. Je doet het na het lezen, zodat je merkt of je de tekst begrepen hebt.

Veelgestelde vragen

Wat zijn leesstrategieën?

Manieren van lezen die je helpen een tekst beter te begrijpen, zoals voorspellen, vragen stellen, ophelderen en samenvatten. Je gebruikt ze voor, tijdens en na het lezen.

Welke leesstrategieën leer je in groep 8?

Meestal voorspellen, voorkennis ophalen, vragen stellen, ophelderen, visualiseren, verbanden leggen en samenvatten. Scholen en methodes gebruiken soms andere namen voor dezelfde strategieën.

Wat is het verschil tussen globaal en intensief lezen?

Bij globaal lezen wil je de grote lijn snappen en let je niet op elk detail. Bij intensief lezen lees je alles nauwkeurig, bijvoorbeeld om iets te leren of een vraag precies te beantwoorden.

Hoe leer je je kind leesstrategieën aan?

Door ze hardop voor te doen bij een korte tekst: zeg wat je voorspelt, waar je over twijfelt en hoe je het oplost. Laat je kind het daarna zelf proberen.

Meer over lezen en begrijpend lezen voor de doorstroomtoets

Bronnen