Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Afronden en schatten bij rekenen

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Bij afronden kijk je naar het cijfer rechts van de plek waarop je afrondt. Is dat 0, 1, 2, 3 of 4, dan rond je naar beneden af. Is het 5, 6, 7, 8 of 9, dan rond je naar boven af. Schatten doe je door getallen eerst af te ronden en dan met de ronde getallen te rekenen.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Wat is afronden?

Afronden betekent dat je een getal vervangt door een rond getal dat er dichtbij ligt. Het getal wordt makkelijker, maar blijft ongeveer even groot. Je doet het elke dag zonder erbij na te denken: je zegt dat een fiets 300 euro kost als hij eigenlijk 289 euro kost, of dat het tien minuten fietsen is als het er acht zijn. In groep 7 en 8 leer je afronden volgens vaste afspraken, zodat iedereen op hetzelfde antwoord uitkomt.

Hoe werkt afronden? De regel in drie stappen

  1. Zoek de plek waarop je moet afronden, bijvoorbeeld de tientallen of het eerste cijfer achter de komma.
  2. Kijk naar het cijfer direct rechts van die plek. Alleen dat cijfer telt.
  3. Is dat cijfer 0 tot en met 4, rond dan af naar beneden. Is het 5 tot en met 9, rond dan af naar boven. Alles rechts van de afrondplek wordt nul of valt weg.

Een ezelsbruggetje: vanaf de 5 ga je omhoog. Denk aan een heuvel. Tot en met 4 rol je terug, vanaf 5 kom je over de top.

Afronden op tientallen, honderdtallen en duizendtallen

Neem het getal 4762. Afhankelijk van de plek krijg je een ander antwoord:

Afronden opNaar welk cijfer kijk je?Antwoord
TientallenDe 2 (eenheden)4760
HonderdtallenDe 6 (tientallen)4800
DuizendtallenDe 7 (honderdtallen)5000

Afronden met kommagetallen

Achter de komma werkt het precies hetzelfde. Bij afronden op een cijfer achter de komma kijk je naar het tweede cijfer achter de komma.

  • 7,46 afgerond op een cijfer achter de komma is 7,5, want de 6 is 5 of meer.
  • 7,46 afgerond op een heel getal is 7, want de 4 is minder dan 5.
  • 2,95 afgerond op een cijfer achter de komma is 3,0. De 9 wordt een 10, en dat schuift door naar het hele getal.

Bij dat laatste voorbeeld schrijf je 3,0 en niet 3. De nul laat zien dat je op tienden hebt afgerond. Meer over rekenen met de komma lees je op de pagina over kommagetallen.

Veelgemaakte fouten bij afronden

  • In stapjes afronden. Wie 4,45 eerst afrondt naar 4,5 en daarna naar 5, zit fout. Rond in een keer af op hele getallen: je kijkt alleen naar de 4 achter de komma, dus het wordt 4.
  • Naar het verkeerde cijfer kijken. Bij afronden op honderdtallen kijk je naar de tientallen, niet naar de eenheden.
  • Cijfers laten staan. 4762 afgerond op honderdtallen is 4800, niet 4862.
  • Vergeten door te schuiven. 3,96 afgerond op een cijfer achter de komma is 4,0, niet 3,10.

Afronden in een verhaaltje: soms altijd naar boven

In redactiesommen geldt de afrondregel niet altijd. Daar moet je nadenken over wat er gebeurt. Twee voorbeelden:

  • Naar boven. 135 kinderen gaan op schoolreis met busjes voor 8 kinderen. 135 : 8 = 16,875. Je hebt dus 17 busjes nodig, want met 16 busjes blijven er kinderen achter. Hier rond je altijd naar boven af, ook als de uitkomst 16,1 was geweest.
  • Naar beneden. Je hebt 20 euro en een boek kost 6 euro. 20 : 6 = 3,33. Je kunt 3 boeken kopen. Voor een vierde boek heb je niet genoeg geld, dus je rondt af naar beneden.

Laat je kind bij zo'n som altijd de vraag terug lezen: wat wordt er eigenlijk gevraagd? Dit soort sommen oefen je goed met redactiesommen voor groep 8. Hoe je bij een deling met rest omgaat, staat op de pagina over de staartdeling.

Wat is schatten bij rekenen?

Schatten is een uitkomst ongeveer uitrekenen zonder precies te rekenen. Je rondt de getallen af naar handige getallen en rekent daarmee. Schatten is geen gokken: je gebruikt een slimme berekening.

Waarom is schatten handig?

  • Je controleert of een antwoord kan kloppen. Komt je kind bij 48 × 21 uit op 108, dan zegt de schatting 50 × 20 = 1000 meteen dat er een nul ontbreekt. Het precieze antwoord is 1008.
  • Je weet in de winkel of je genoeg geld hebt.
  • Bij meerkeuzevragen kun je soms antwoorden wegstrepen die veel te groot of veel te klein zijn.

Uitgewerkt voorbeeld: schatten bij de boodschappen

Je koopt pindakaas van € 2,95, kaas van € 4,10 en brood van € 1,99. Hoeveel kost dat ongeveer?

  1. Rond elk bedrag af op hele euro's: € 3, € 4 en € 2.
  2. Tel op: 3 + 4 + 2 = 9.
  3. Je schatting is ongeveer € 9. Precies is het € 9,04.

Bij keersommen kun je een getal omhoog en het andere omlaag afronden, zodat de fout kleiner wordt. 29 × 31 schat je als 30 × 30 = 900. Het precieze antwoord is 899. Op de pagina over cijferend vermenigvuldigen zie je hoe je een schatting gebruikt als controle.

Afronden en schatten met geld

Bij geld rond je meestal af op hele euro's of op centen. Rekent een rekenmachine € 3,3333 uit, dan wordt dat € 3,33. Bij contant betalen ronden veel winkels het totaalbedrag af op 0 of 5 cent. Hoe dat werkt, lees je op de pagina over geld rekenen.

Zo oefen je afronden en schatten thuis

  • Laat je kind in de supermarkt het totaal schatten voordat jullie bij de kassa zijn. Wie zit er het dichtst bij?
  • Rond samen getallen uit de krant of het nieuws af: hoeveel mensen ongeveer, hoeveel kilometer ongeveer?
  • Vraag bij elke rekensom: wat verwacht je ongeveer? Pas daarna rekent je kind het precies uit.
  • Oefen het verschil tussen afronden volgens de regel en afronden in een situatie, zoals de busjes.

Afronden en schatten op de doorstroomtoets

Afronden en schatten komen op twee manieren terug bij rekenen: als losse vraag, zoals "rond af op honderdtallen", en als hulpmiddel bij andere sommen. Een kind dat gewend is eerst te schatten, merkt sneller dat een antwoord niet kan kloppen. Probeer het eens uit met onze gratis oefentoets.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Rond 18649 af op honderdtallen.

Het goede antwoord is B. Bij afronden op honderdtallen kijk je naar het cijfer van de tientallen. Dat is een 4, dus je rondt naar beneden af. Het antwoord is 18600.
Vraag 2

Rond 3,96 af op een cijfer achter de komma.

Het goede antwoord is C. Je kijkt naar het tweede cijfer achter de komma, de 6. Die is 5 of meer, dus 3,9 wordt een tiende groter. Dat is 4,0.
Vraag 3

230 leerlingen gaan met de bus naar een museum. In een bus passen 50 leerlingen. Hoeveel bussen zijn er nodig?

Het goede antwoord is D. 230 : 50 = 4,6. Met 4 bussen blijven er 30 leerlingen achter. Je hebt dus 5 bussen nodig. Hier rond je altijd naar boven af.
Vraag 4

Je koopt dingen van € 6,10, € 2,85, € 3,95 en € 0,99. Welke schatting van het totaal past het best?

Het goede antwoord is A. Rond af op hele euro's: 6 + 3 + 4 + 1 = 14. Het precieze totaal is € 13,89, dus € 14 is de beste schatting.

Veelgestelde vragen

Rond je 5 naar boven of naar beneden af?

Bij de gewone afrondregel rond je bij een 5 naar boven af. 45 afgerond op tientallen wordt dus 50, en 2,35 afgerond op een cijfer achter de komma wordt 2,4.

Wat is het verschil tussen afronden en schatten?

Bij afronden maak je van een getal een rond getal volgens een vaste regel. Bij schatten rond je de getallen in een som af en reken je daarmee, zodat je ongeveer weet wat het antwoord wordt.

Hoe rond je af op twee cijfers achter de komma?

Kijk naar het derde cijfer achter de komma. Is dat 5 of meer, dan wordt het tweede cijfer één hoger, en anders blijft het staan. Zo wordt 3,3333 dus 3,33 en wordt 2,157 dus 2,16.

Moet je in een redactiesom altijd volgens de regel afronden?

Nee, kijk naar de situatie. Heb je busjes, dozen of tafels nodig, dan rond je vaak naar boven af. Gaat het om wat je kunt kopen of maken met wat je hebt, dan rond je meestal naar beneden af.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8