Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Geld rekenen: wisselgeld, prijzen en euro's en centen

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Bij geld rekenen werk je met euro's en centen: 1 euro is 100 cent, dus € 3,07 is 307 cent. Wisselgeld reken je het makkelijkst uit door aan te vullen vanaf de prijs tot het bedrag dat je betaalt. Prijzen vergelijk je door uit te rekenen wat één stuk kost.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Waarom is geld rekenen zo belangrijk?

Geld rekenen is rekenen dat kinderen elke dag nodig hebben: in de kantine, bij het sparen voor iets moois of als ze zelf boodschappen doen. Het combineert veel rekenvaardigheden tegelijk: kommagetallen, optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen, en soms procenten. Daardoor is geld ook een handige ingang om rekenen thuis te oefenen. Het voelt niet als huiswerk, maar als iets echts.

Euro's en centen: hoe zit het?

Een euro is 100 cent. De twee cijfers achter de komma zijn dus de centen. Een paar voorbeelden:

BedragIn centenLet op
€ 4,50450 centJe schrijft € 4,50 en niet € 4,5
€ 3,07307 centDe 0 is belangrijk: € 3,7 is iets heel anders
€ 0,7575 centMinder dan een euro, dus een 0 voor de komma
€ 12,001200 centMag ook als € 12,- of € 12

De munten zijn er in 1, 2, 5, 10, 20 en 50 cent en in 1 en 2 euro. Daarboven gebruik je biljetten van 5, 10, 20, 50 euro en hoger. Wie de waarde van de komma goed snapt, rekent ook beter met geld. Op de pagina over kommagetallen lees je daar meer over.

Hoe reken je wisselgeld uit?

Wisselgeld is het geld dat je terugkrijgt als je met een groter bedrag betaalt. Je kunt het uitrekenen als minsom, maar handiger is aanvullen. Zo doet de kassamedewerker het vaak ook.

Uitgewerkt voorbeeld: € 20 betalen voor € 13,65

  1. Begin bij de prijs: € 13,65.
  2. Vul aan tot een rond bedrag: van € 13,65 naar € 14,00 is € 0,35.
  3. Vul aan tot het betaalde bedrag: van € 14 naar € 20 is € 6.
  4. Tel de stappen op: € 0,35 + € 6 = € 6,35.

Je krijgt € 6,35 terug. Wil je het met zo weinig mogelijk munten en biljetten geven, dan is dat een briefje van 5 euro, een euro, een munt van 20 cent, een van 10 cent en een van 5 cent.

Waarom aanvullen beter werkt dan een minsom? Bij 20,00 − 13,65 moet je meerdere keren achter elkaar lenen, dwars door de nullen heen. Daar gaat het snel mis. Aanvullen gebeurt in kleine, overzichtelijke stappen.

Prijzen vergelijken: wat is goedkoper?

In de winkel staan vaak verschillende verpakkingen naast elkaar. Groter is niet altijd voordeliger. Om te vergelijken, reken je uit wat één stuk kost.

VerpakkingPrijsPrijs per stuk
Pak met 6 krentenbollen€ 3,30€ 3,30 : 6 = € 0,55
Zak met 10 krentenbollen€ 5,20€ 5,20 : 10 = € 0,52

De zak van 10 is per stuk 3 cent goedkoper. Maar heb je maar 6 krentenbollen nodig, dan is het kleine pak toch de slimste keus. Ook dat is rekenen: niet alleen de uitkomst, ook nadenken over wat je ermee doet. Lukt het delen niet goed, gebruik dan een verhoudingstabel. Daarmee reken je ook makkelijk een prijs voor 3 of 15 stuks uit.

Afronden op 5 cent bij contant betalen

In Nederland mag een winkel bij contant betalen het totaalbedrag afronden op 0 of 5 cent. De winkel moet dat dan duidelijk aangeven, bijvoorbeeld met een sticker bij de kassa of de ingang. Het bedrag gaat naar het dichtstbijzijnde bedrag dat eindigt op 0 of 5. Een paar voorbeelden:

  • € 23,37 wordt € 23,35.
  • € 8,89 wordt € 8,90.
  • € 12,38 wordt € 12,40.

Betaal je met de pinpas, dan wordt er niet afgerond en betaal je het precieze bedrag. Meer over de regels van afronden lees je op de pagina afronden en schatten.

Rekenen met een budget

Bij veel geldsommen moet je meerdere stappen zetten. Bijvoorbeeld: je hebt € 50 voor een verjaardagsfeestje. Je koopt 3 zakken chips van € 2,49 en een fles limonade van € 1,25. Hoeveel houd je over voor de rest?

  1. Chips: 3 × € 2,49 = € 7,47. Handig rekenen: 3 × € 2,50 = € 7,50, min 3 cent.
  2. Samen met de limonade: € 7,47 + € 1,25 = € 8,72.
  3. Wat blijft er over: € 50 − € 8,72 = € 41,28.

Dat handig rekenen met € 2,50 in plaats van € 2,49 is een goede gewoonte. Prijzen als € 1,99 of € 4,95 kun je bijna altijd zo uitrekenen: neem het ronde bedrag en haal er daarna een paar centen af.

Veelgemaakte fouten bij geld rekenen

  • Euro's en centen door elkaar halen. € 3,07 is 307 cent, niet 37 of 370.
  • De nul vergeten. € 4,05 en € 4,5 zijn verschillende bedragen. Schrijf bij geld altijd twee cijfers achter de komma.
  • Fouten bij lenen. Gebruik aanvullen bij wisselgeld.
  • Niet vergelijken per stuk. De grootste verpakking is niet altijd de goedkoopste.
  • Een stap vergeten. Bij een som met meerdere aankopen vergeten kinderen soms een van de producten. Streep af wat je al hebt meegeteld.

Zo oefen je thuis met geld

  • Laat je kind een keer zelf afrekenen met contant geld en het wisselgeld controleren.
  • Geef je kind een budget voor een klein feestje of een uitje en laat het zelf een boodschappenlijst maken.
  • Vergelijk in de supermarkt twee verpakkingen en laat je kind uitrekenen welke per stuk goedkoper is. Kijk daarna samen naar de prijs per kilo op het schapkaartje.
  • Speel winkeltje met echte munten: wie kan wisselgeld geven met zo weinig mogelijk munten?

Geld rekenen op de doorstroomtoets

Geld is een veelgebruikte situatie in rekenvragen. Je kind leest een verhaaltje, haalt de bedragen eruit en kiest zelf de bewerking. Vaak komt er ook korting bij kijken. Hoe je dat uitrekent, lees je op de pagina over procenten berekenen. En meer sommen met een verhaal vind je bij redactiesommen voor groep 8.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Je koopt een boek van € 7,85 en betaalt met een briefje van € 10. Hoeveel wisselgeld krijg je?

Het goede antwoord is C. Vul aan: van € 7,85 naar € 8 is € 0,15, en van € 8 naar € 10 is € 2. Samen krijg je € 2,15 terug.
Vraag 2

Welke verpakking is per flesje het goedkoopst?

VerpakkingAantal flesjesPrijs
A4€ 3,00
B6€ 4,20
C10€ 7,50
D12€ 8,64
Het goede antwoord is B. Reken de prijs per flesje uit: A € 0,75, B € 0,70, C € 0,75 en D € 0,72. Verpakking B is per flesje het goedkoopst.
Vraag 3

Je boodschappen kosten samen € 12,38. De winkel rondt bij contant betalen af op 0 of 5 cent. Hoeveel betaal je contant?

Het goede antwoord is B. € 12,38 ligt 3 cent boven € 12,35 en 2 cent onder € 12,40. Het dichtstbijzijnde bedrag is € 12,40.
Vraag 4

Hoeveel cent is € 3,07?

Het goede antwoord is D. Een euro is 100 cent. Drie euro is 300 cent, en daar komt nog 7 cent bij. Samen is dat 307 cent.

Veelgestelde vragen

Hoe reken je wisselgeld snel uit?

Vul aan vanaf de prijs: eerst naar een rond bedrag, dan naar het bedrag dat je betaalt. Tel daarna de stappen op. Van € 13,65 naar € 14 is € 0,35, en van € 14 naar € 20 is € 6, samen € 6,35.

Mag een winkel afronden op 5 cent?

Ja, bij contant betalen mag een winkel het totaalbedrag afronden op 0 of 5 cent, als dat duidelijk wordt aangegeven. Bij pinnen betaal je altijd het precieze bedrag.

Hoe vergelijk je welke verpakking goedkoper is?

Deel de prijs door het aantal stuks of het gewicht. Zo weet je wat één stuk of één kilo kost. Het laagste bedrag is het voordeligst, als je de hele verpakking ook echt gebruikt.

Waarom schrijf je bij geld altijd twee cijfers achter de komma?

De twee cijfers achter de komma zijn de centen. Met twee cijfers is altijd duidelijk om hoeveel centen het gaat. € 4,05 en € 4,50 zijn zo goed van elkaar te onderscheiden.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8

Bronnen