Verhoudingstabel: rekenen met verhoudingen stap voor stap
Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer
Een verhoudingstabel is een tabel met twee rijen die bij elkaar horen, zoals aantal en prijs. Wat je in de ene rij doet (keer, delen, kolommen optellen), doe je ook in de andere rij. Zo reken je handig uit dat als 4 schriften € 6 kosten, 10 schriften € 15 kosten.
Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten
Wat is een verhoudingstabel?
Een verhoudingstabel is een tabel met twee rijen die bij elkaar horen. In de ene rij staat bijvoorbeeld het aantal schriften, in de andere rij de prijs. Als het aantal twee keer zo groot wordt, wordt de prijs ook twee keer zo groot. Zulke getallen zijn in verhouding. De tabel helpt je om stap voor stap van wat je weet naar wat je zoekt te rekenen, zonder dat je alles in je hoofd hoeft te doen.
Kinderen gebruiken de verhoudingstabel in groep 7 en 8 bij heel veel soorten sommen: recepten, prijzen, snelheid, schaal en procenten. Wie de tabel goed kan gebruiken, heeft dus een stevig hulpmiddel voor veel verschillende verhaaltjessommen.
Een voorbeeld: een recept voor pannenkoeken is voor 4 personen. Je wilt bakken voor 2 en voor 6 personen.
| Personen | 4 | 2 | 6 |
|---|---|---|---|
| Bloem (gram) | 250 | 125 | 375 |
| Melk (ml) | 500 | 250 | 750 |
Van 4 naar 2 personen deel je door 2, in alle rijen. Van 2 en 4 naar 6 personen tel je de kolommen op: 125 + 250 = 375 gram bloem.
Welke stappen mag je zetten in een verhoudingstabel?
De gouden regel: wat je in de ene rij doet, doe je ook in de andere rij. Deze stappen mogen allemaal.
- Vermenigvuldigen: keer 2, keer 10, keer 3, zolang je het in beide rijen doet.
- Delen: door 2, door 5, door 10.
- Kolommen optellen: heb je 6 en 10, dan kun je die kolommen optellen tot 16.
- Kolommen aftrekken: 10 min 1 is 9.
- Via 1: reken eerst uit wat bij 1 hoort. Daarna kun je naar elk getal.
Een voorbeeld met al die stappen: 6 eieren kosten € 1,80. Eén ei kost dan € 1,80 : 6 = € 0,30. Tien eieren kosten 10 × € 0,30 = € 3,00. En zestien eieren? Tel de kolommen van 6 en 10 op: € 1,80 + € 3,00 = € 4,80.
Stappenplan: een som oplossen met een verhoudingstabel
- Bedenk welke twee dingen bij elkaar horen, en zet die als naam voor de rijen. Bijvoorbeeld bladzijden en minuten.
- Vul de kolom in die je al weet.
- Zoek een tussenstap richting het getal dat je zoekt. Vaak is dat 1, 10 of een handig deel.
- Reken door tot je bij het gevraagde getal bent.
- Schrijf het antwoord op met de eenheid erbij, en controleer of beide rijen kloppen.
Uitgewerkt voorbeeld: hoe lang print de printer?
Een printer print 45 bladzijden in 3 minuten. Hoe lang doet hij over 120 bladzijden?
| Bladzijden | 45 | 15 | 120 |
|---|---|---|---|
| Minuten | 3 | 1 | 8 |
Eerst deel je door 3: in 1 minuut print hij 15 bladzijden. Dan vraag je: hoe vaak past 15 in 120? Acht keer. Dus 120 bladzijden duurt 8 minuten.
Verhoudingen verdelen met een tabel
Bij een verhouding als 3 : 5 worden twee dingen samen verdeeld. Voor groene verf meng je blauw en geel in de verhouding 3 : 5. Je hebt 4 liter groene verf nodig. Hoeveel blauw en geel is dat?
- 3 delen blauw en 5 delen geel is samen 8 delen.
- 8 delen is 4 liter, dus 1 deel is 4 : 8 = 0,5 liter.
- Blauw: 3 × 0,5 = 1,5 liter. Geel: 5 × 0,5 = 2,5 liter.
- Controle: 1,5 + 2,5 = 4 liter. Het klopt.
Het belangrijkste is de stap naar het totaal. Veel kinderen delen 4 liter door 3 of door 5, terwijl er 8 delen in het mengsel zitten.
Verhoudingstabel bij procenten en schaal
Bij procenten zet je in de bovenste rij de procenten en in de onderste rij de bedragen. Hoeveel is 30% van € 65? 100% is € 65, dus 10% is € 6,50 en 30% is 3 × € 6,50 = € 19,50. Meer hierover lees je bij procenten berekenen.
Bij een kaart zet je de centimeters op de kaart boven de afstand in het echt. Is 1 cm op de kaart 500 m, dan is 6 cm in het echt 3000 m, dus 3 km. Zie ook schaal berekenen.
Wanneer werkt een verhoudingstabel niet?
Een verhoudingstabel werkt alleen als de twee rijen echt in verhouding groeien. Dat is niet altijd zo.
- Leeftijd en lengte. Een kind van 10 is niet twee keer zo lang als een kind van 5. Lengte groeit niet in verhouding met leeftijd.
- Meer mensen, minder tijd. Als één schilder 6 uur over een schutting doet, doen twee schilders er ongeveer 3 uur over. Hier wordt het ene getal groter en het andere kleiner. Dat past niet in een gewone verhoudingstabel.
- Vaste kosten. Kost een taxi € 4 instaptarief plus € 2 per kilometer, dan kost 10 km geen twee keer zoveel als 5 km. Het instaptarief betaal je maar één keer.
- Aanbiedingen. Bij drie halen, twee betalen klopt de gewone prijs per stuk niet meer.
Laat je kind bij elke som even nadenken: als het ene twee keer zo groot wordt, wordt het andere dan ook twee keer zo groot? Alleen dan past de tabel.
Veelgemaakte fouten met de verhoudingstabel
- Maar in één rij rekenen. Je deelt de bovenste rij door 2 en vergeet de onderste.
- Optellen in plaats van vermenigvuldigen. Van 4 naar 10 schriften is niet: tel er 6 bij op in beide rijen. Het is keer 2,5.
- Geen namen bij de rijen. Zonder namen weet je aan het eind niet meer of je antwoord in euro of in stuks is.
- Te grote sprongen. Neem liever een extra tussenstap dan een lastige deling in je hoofd.
Zo oefen je thuis
- Reken samen een recept om voor meer of minder personen.
- Vergelijk in de supermarkt de prijs per kilo of per liter van twee verpakkingen.
- Laat je kind bij het tanken of op de fiets uitrekenen hoe ver je komt in een bepaalde tijd.
Verhoudingstabellen komen veel voor in redactiesommen in groep 8. Wil je weten hoe je kind het doet op alle onderdelen van rekenen, doe dan de gratis oefentoets.
Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg
Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.
Veelgestelde vragen
Wat is een verhoudingstabel?
Een tabel met twee rijen die in verhouding bij elkaar horen, zoals personen en gram bloem. Wat je in de ene rij doet, doe je ook in de andere rij.
Mag je in een verhoudingstabel optellen?
Je mag twee kolommen bij elkaar optellen, zoals de kolom van 2 en de kolom van 4 tot de kolom van 6. Je mag niet in beide rijen hetzelfde getal erbij optellen.
Hoe verdeel je iets in de verhouding 2 : 3?
Tel de delen op: 2 + 3 = 5 delen. Deel het totaal door 5, dan weet je hoeveel één deel is. Daarna doe je dat keer 2 en keer 3.
Wanneer gebruik je een verhoudingstabel?
Bij sommen waarin twee dingen samen groter of kleiner worden, zoals aantal en prijs, tijd en afstand, of procenten en een bedrag.