Procenten, breuken en kommagetallen omrekenen
Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer
Procenten, breuken en kommagetallen zijn drie manieren om hetzelfde deel te schrijven. Een breuk reken je om naar een procent door de teller te delen door de noemer en de uitkomst keer 100 te doen: 3/4 = 3 : 4 = 0,75 = 75%. Andersom deel je een procent door 100 om een kommagetal te krijgen.
Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten
Wat hebben procenten, breuken en kommagetallen met elkaar te maken?
Procenten, breuken en kommagetallen zijn drie manieren om precies hetzelfde op te schrijven: een deel van een geheel. Een halve pizza kun je schrijven als 1/2, als 0,5 of als 50%. Het is steeds evenveel pizza. Wie snapt dat het drie jasjes zijn voor één getal, kan veel sommen ineens een stuk makkelijker maken.
Want soms rekent het ene jasje handiger dan het andere. 25% van 36 uitrekenen is lastig, maar een kwart van 36 is gewoon 36 : 4 = 9. En wie wil weten of 3/5 meer is dan 58%, kan beide omrekenen naar procenten en dan vergelijken. Op deze pagina leer je hoe dat omrekenen werkt.
Een breuk omrekenen naar procent
Methode 1: maak de noemer 100
Procent betekent "per honderd". Lukt het om de noemer van de breuk 100 te maken, dan lees je het procent zo af. Je doet teller en noemer dan keer hetzelfde getal.
Voorbeeld: 3/20. 20 keer 5 is 100. Dus 3 keer 5 is 15. Je krijgt 15/100, en dat is 15%.
Methode 2: deel de teller door de noemer
Niet elke noemer wordt makkelijk 100. Deel dan de teller door de noemer. Je krijgt een kommagetal. Doe dat keer 100 en je hebt het procent.
Voorbeeld: 5/8. 5 : 8 = 0,625. Keer 100 is 62,5%. Dus 5/8 = 0,625 = 62,5%.
Slimme trucs voor bekende noemers
Bij sommige noemers zie je meteen met welk getal je moet vermenigvuldigen om op 100 te komen. Dat scheelt een deling.
- Noemer 50: doe keer 2. Zo is 13/50 = 26/100 = 26%.
- Noemer 25: doe keer 4. Zo is 7/25 = 28/100 = 28%.
- Noemer 20: doe keer 5. Zo is 9/20 = 45/100 = 45%.
- Noemer 4: doe keer 25. Zo is 3/4 = 75/100 = 75%.
- Noemer 200: deel door 2. Zo is 30/200 = 15/100 = 15%.
Een procent omrekenen naar breuk en kommagetal
Dit is de andere kant op. Schrijf het procent als breuk met 100 als noemer en maak die breuk zo eenvoudig mogelijk. Voor het kommagetal deel je het procent door 100.
Voorbeeld: 35%. Als breuk is dat 35/100. Teller en noemer kun je allebei delen door 5: 7/20. Als kommagetal is het 35 : 100 = 0,35. Breuken zo klein mogelijk maken heet vereenvoudigen; dat lees je bij breuken vereenvoudigen.
Een kommagetal omrekenen naar breuk
Kijk naar het laatste cijfer achter de komma. Staat dat op de plek van de tienden, dan wordt de noemer 10. Bij honderdsten wordt het 100, bij duizendsten 1000.
- 0,4 = 4/10 = 2/5
- 0,35 = 35/100 = 7/20
- 0,125 = 125/1000 = 1/8
Twijfelt je kind over de plaats van de cijfers achter de komma? Op de pagina over kommagetallen wordt dat stap voor stap uitgelegd.
Tabel: procenten, breuken en kommagetallen die je moet kennen
Sommige omrekeningen komen zo vaak voor dat het de moeite loont om ze uit je hoofd te kennen. Dat scheelt veel rekenwerk.
| Breuk | Kommagetal | Procent |
|---|---|---|
| 1/2 | 0,5 | 50% |
| 1/4 | 0,25 | 25% |
| 3/4 | 0,75 | 75% |
| 1/5 | 0,2 | 20% |
| 2/5 | 0,4 | 40% |
| 1/10 | 0,1 | 10% |
| 1/8 | 0,125 | 12,5% |
| 1/3 | ongeveer 0,33 | ongeveer 33,3% |
| 1/100 | 0,01 | 1% |
Let op 1/3: dat gaat nooit precies uit. 1 : 3 = 0,3333 en zo verder. Daarom schrijf je "ongeveer".
Vergelijken: welke is het grootst?
Staan er een breuk, een kommagetal en een procent door elkaar, reken ze dan allemaal om naar dezelfde vorm. Procenten zijn daar meestal het handigst voor.
Voorbeeld: wat is het grootst, 3/5, 0,58 of 62%?
- 3/5: maak de noemer 100. 5 keer 20 is 100, dus 3 keer 20 is 60. Dat is 60%.
- 0,58: keer 100 is 58%.
- 62% blijft 62%.
- Vergelijk: 58% is het kleinst, dan 60%, en 62% is het grootst.
Wanneer gebruik je welke vorm?
Alle drie de vormen zijn goed, maar in de praktijk kies je de vorm die het handigst rekent.
- Een breuk is handig als je een deel van een hoeveelheid zoekt die mooi deelbaar is. Driekwart van 24 is 24 : 4 × 3 = 18.
- Een kommagetal is handig bij geld, meten en de rekenmachine. Een prijs keer 0,85 geeft meteen het bedrag na 15% korting.
- Een procent is handig om dingen te vergelijken, omdat alles dan "van de honderd" is. Daarom staan toetsscores, kortingen en peilingen meestal in procenten.
Veelgemaakte fouten bij het omrekenen
- 1/4 = 0,4 denken. De 4 in de noemer betekent niet dat er 4 achter de komma komt. 1/4 is 1 : 4 = 0,25.
- 0,5% en 50% door elkaar halen. 0,5 is 50%. Maar 0,5% is maar een half procent, honderd keer zo weinig.
- Nullen vergeten. 0,25 en 0,025 lijken op elkaar, maar het tweede getal is tien keer zo klein. 0,025 is 2,5%.
- 1/3 als 0,3 schrijven. 0,3 is 3/10, en dat is net iets minder dan een derde.
Zo oefen je thuis met procenten, breuken en kommagetallen
Pak een maatbeker of een pak sap. Op het pak staat 1 liter. Hoeveel is een kwart? Hoeveel procent zit er nog in als het half leeg is? Je kunt ook een geodriehoek of meetlint gebruiken: 0,75 meter is driekwart meter, en dat is 75 centimeter. Hoe meer je kind dezelfde hoeveelheid in verschillende vormen ziet, hoe beter het verband blijft hangen.
Wil je daarna verder met rekenen in procenten, kijk dan bij procenten berekenen. Voor de basis van breuken is er de pagina over breuken. En met de gratis oefentoets zie je hoe het je kind afgaat in een mix van vragen.
Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg
Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.
Veelgestelde vragen
Hoe reken je een breuk om naar een procent?
Deel de teller door de noemer en doe de uitkomst keer 100. Of maak de noemer 100, dan is de teller meteen het procent. Zo is 3/20 gelijk aan 15/100, dus 15%.
Hoe reken je een procent om naar een kommagetal?
Deel het procent door 100. 35% wordt 0,35 en 8% wordt 0,08.
Hoeveel procent is 1/3?
1/3 is ongeveer 33,3%. De deling 1 : 3 gaat nooit precies uit, daarom rond je af.
Waarom is 1/4 geen 0,4?
1/4 betekent 1 gedeeld door 4, en dat is 0,25. Het getal 0,4 is 4/10, wat gelijk is aan 2/5.