Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Gemiddelde snelheid berekenen: afstand gedeeld door tijd

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

De gemiddelde snelheid bereken je door de afgelegde afstand te delen door de tijd die je erover deed. Fiets je 18 kilometer in 1,5 uur, dan is je gemiddelde snelheid 18 : 1,5 = 12 kilometer per uur. Zet minuten eerst om naar uren, want 20 minuten is een derde uur en geen 0,2 uur.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Wat is gemiddelde snelheid?

Snelheid zegt hoeveel afstand je aflegt in een bepaalde tijd. Wil je de gemiddelde snelheid berekenen, dan heb je dus twee dingen nodig: de afstand en de tijd. Meestal reken je in kilometer per uur, afgekort km/u. Rijdt een bus 50 km/u, dan zou hij in een uur 50 kilometer afleggen als hij steeds even hard bleef rijden.

In het echt ga je nooit de hele tijd even snel. Een fietser stopt voor een stoplicht, een auto rijdt soms langzaam in de stad en hard op de snelweg. De gemiddelde snelheid is de snelheid die je gehad zou hebben als je de hele rit precies even hard was gegaan. Daarom kijk je alleen naar de totale afstand en de totale tijd.

Gemiddelde snelheid berekenen: hoe doe je dat?

De formule is kort:

gemiddelde snelheid = afstand : tijd

Met dezelfde drie grootheden kun je ook de andere twee uitrekenen:

  • afstand = snelheid × tijd
  • tijd = afstand : snelheid

Een ezelsbruggetje is de driehoek. Zet de A van afstand bovenin en de S van snelheid en de T van tijd naast elkaar onderin. Houd je vinger op wat je zoekt. Staat de rest naast elkaar, dan vermenigvuldig je. Staat er een boven de ander, dan deel je.

Uitgewerkt voorbeeld 1: met hele en halve uren

Fatima fietst naar haar oma. Dat is 18 kilometer en ze doet er anderhalf uur over. Wat is haar gemiddelde snelheid?

  1. Afstand: 18 km.
  2. Tijd: 1,5 uur.
  3. Gemiddelde snelheid: 18 : 1,5 = 12 km/u.

Delen door 1,5 lastig? Doe beide getallen keer 2: 36 : 3 = 12. Dat geeft hetzelfde antwoord.

Gemiddelde snelheid berekenen met minuten

Bij gemiddelde snelheid berekenen gaat het vaak mis bij de tijd. Een uur heeft 60 minuten, niet 100. Daarom is 20 minuten geen 0,2 uur, maar een derde uur. En 2 uur en 20 minuten is niet 2,2 uur.

MinutenDeel van een uurAls kommagetal
6 minuten1/10 uur0,1 uur
15 minuten1/4 uur0,25 uur
20 minuten1/3 uurongeveer 0,33 uur
30 minuten1/2 uur0,5 uur
45 minuten3/4 uur0,75 uur

Meer over rekenen met uren en minuten vind je op de pagina tijd berekenen.

Uitgewerkt voorbeeld 2: met een verhoudingstabel

Bij een lastige tijd is een verhoudingstabel vaak makkelijker dan een deling. Een skater legt 12 kilometer af in 40 minuten. Hoe snel gaat hij gemiddeld?

Afstand (km)12618
Tijd (minuten)402060

Eerst deel je beide door 2: 6 km in 20 minuten. Dan keer 3: 18 km in 60 minuten. De gemiddelde snelheid is 18 km/u. Je wilt altijd uitkomen bij 60 minuten, want dat is een uur. Op de pagina over de verhoudingstabel lees je meer over deze handige rekenstrategie.

De valkuil: heen en terug met een andere snelheid

Dit is een klassieke denkfout, ook bij volwassenen. Daan fietst 30 km naar een meer met 10 km/u, want hij heeft wind tegen. Terug fietst hij met wind mee 15 km/u. Wat is zijn gemiddelde snelheid?

Veel mensen zeggen meteen: het gemiddelde van 10 en 15, dus 12,5 km/u. Dat klopt niet. Reken het stap voor stap uit:

  1. Heen: 30 km met 10 km/u duurt 30 : 10 = 3 uur.
  2. Terug: 30 km met 15 km/u duurt 30 : 15 = 2 uur.
  3. Totale afstand: 60 km. Totale tijd: 5 uur.
  4. Gemiddelde snelheid: 60 : 5 = 12 km/u.

Waarom niet 12,5? Daan fietst langer met de lage snelheid dan met de hoge. Die lage snelheid telt daardoor zwaarder mee. Onthoud dus: bij gemiddelde snelheid neem je nooit het gemiddelde van de snelheden. Je deelt altijd de totale afstand door de totale tijd. Hoe een gewoon gemiddelde werkt, lees je bij gemiddelde berekenen.

Stops en pauzes tellen mee

Een trein rijdt 120 km in 2 uur, inclusief een paar stops onderweg. Zijn gemiddelde snelheid is 120 : 2 = 60 km/u, ook al reed hij tussen de stations veel harder. De wachttijd hoort bij de totale tijd. Dat is precies waarom het een gemiddelde is.

Meter per seconde en kilometer per uur

Bij sport en natuurkunde zie je ook meter per seconde, m/s. Wil je dat omrekenen, dan helpt het metriek stelsel. 10 m/s betekent 10 meter per seconde. In een minuut is dat 600 meter, in een uur 36.000 meter, en dat is 36 km/u. De snelle regel is: m/s keer 3,6 is km/u. Meer over meters en kilometers lees je bij het metriek stelsel.

Veelgemaakte fouten bij snelheid

  • Minuten gebruiken alsof het honderdsten van een uur zijn.
  • Het gemiddelde van twee snelheden nemen in plaats van totale afstand gedeeld door totale tijd.
  • De pauzes vergeten mee te tellen in de tijd.
  • Vermenigvuldigen waar je moet delen. Vraag je af: moet het antwoord groter of kleiner worden?
  • De eenheid weglaten. Een snelheid zonder km/u is geen volledig antwoord.

Zo oefen je thuis

  • Kijk op een fietsrit hoe ver jullie gaan en hoe lang het duurt. Reken thuis de gemiddelde snelheid uit.
  • Gebruik een routeplanner: die geeft afstand en reistijd. Hoe hard rijdt de auto volgens de planner gemiddeld?
  • Laat je kind de driehoek met afstand, snelheid en tijd zelf tekenen en uitleggen.
  • Oefen redactiesommen waarin snelheid voorkomt op de pagina redactiesommen groep 8.

Snelheid op de doorstroomtoets

Snelheid komt bij rekenen meestal voor in een verhaaltje over een fietstocht, een treinreis of een wandeling. Vaak staat de tijd in uren en minuten, en moet je kind eerst omrekenen voordat het kan delen. Een verhoudingstabel is dan een veilige aanpak. Welke vragen er precies komen, weet niemand van tevoren. Kijk met onze gratis oefentoets hoe je kind met dit soort sommen omgaat.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Een scooter rijdt 36 km in 45 minuten. Wat is de gemiddelde snelheid?

Het goede antwoord is B. 45 minuten is 0,75 uur. Reken 36 : 0,75 = 48. Of met een verhoudingstabel: 12 km in 15 minuten, dus 48 km in 60 minuten.
Vraag 2

Een wandelaar loopt gemiddeld 5 km per uur. Hoeveel minuten doet ze over 2 km?

Het goede antwoord is D. In 60 minuten loopt ze 5 km, dus 1 km kost 60 : 5 = 12 minuten. Voor 2 km doet ze 2 × 12 = 24 minuten.
Vraag 3

Een trein rijdt 210 km in 2 uur en 20 minuten. Wat is de gemiddelde snelheid?

Het goede antwoord is C. 2 uur en 20 minuten is 140 minuten. In 140 minuten gaat de trein 210 km, dus in 20 minuten 30 km. In 60 minuten is dat 90 km. Wie 2,2 uur gebruikt, komt fout uit op ongeveer 95.
Vraag 4

Joep fietst 8 km naar de sportclub in 30 minuten. Terug doet hij met wind mee 20 minuten over dezelfde weg. Wat is zijn gemiddelde snelheid over de hele rit?

Het goede antwoord is A. Totale afstand: 16 km. Totale tijd: 50 minuten, dat is 5/6 uur. 16 : 5/6 = 19,2 km/u. Het gemiddelde van de twee snelheden, 16 en 24, geeft 20, maar dat is fout.

Veelgestelde vragen

Wat is de formule voor gemiddelde snelheid?

Gemiddelde snelheid is afstand gedeeld door tijd. Gebruik de totale afstand en de totale tijd, inclusief pauzes. Met de tijd in uren en de afstand in kilometers krijg je km/u.

Hoeveel uur is 20 minuten?

20 minuten is een derde uur, ongeveer 0,33 uur. Het is geen 0,2 uur, want een uur heeft 60 minuten en geen 100.

Kun je het gemiddelde van twee snelheden nemen?

Meestal niet. Als je heen en terug een andere snelheid hebt, ben je langer onderweg met de lage snelheid. Reken daarom altijd de totale afstand gedeeld door de totale tijd uit.

Hoe reken je meter per seconde om naar kilometer per uur?

Vermenigvuldig met 3,6. 10 m/s is 36 km/u. Andersom deel je door 3,6.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8