Tijd berekenen: zo reken je met uren, minuten en tijdsduur
Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer
Tijd berekenen gaat anders dan gewoon rekenen, omdat een uur 60 minuten heeft en geen 100. Reken een tijdsduur daarom in sprongen uit: eerst naar het hele uur, dan de hele uren, dan de rest. Van 9.40 uur tot 12.15 uur is dus 20 minuten + 2 uur + 15 minuten = 2 uur en 35 minuten.
Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten
Waarom is tijd berekenen lastig?
Bij tijd berekenen werkt het tellen anders dan je gewend bent. Bij gewone getallen ga je na 99 naar 100. Bij de klok ga je na 59 minuten naar een nieuw uur. Daarom kun je tijden niet zomaar onder elkaar zetten en aftrekken zoals gewone getallen. Wie 16.10 − 13.35 uitrekent als 1610 − 1335, krijgt 275. Dat zou 2 uur en 75 minuten zijn, en dat bestaat niet. Het goede antwoord is 2 uur en 35 minuten.
Ook kommagetallen en tijd gaan niet vanzelf samen. Anderhalf uur is 1,5 uur, en dat is 1 uur en 30 minuten, niet 1 uur en 50 minuten. Met de juiste aanpak is tijd berekenen goed te leren.
Tijdseenheden op een rij
| Eenheid | Is gelijk aan |
|---|---|
| 1 minuut | 60 seconden |
| 1 kwartier | 15 minuten |
| 1 uur | 60 minuten = 3600 seconden |
| 1 dag | 24 uur |
| 1 week | 7 dagen |
| 1 jaar | 365 dagen, in een schrikkeljaar 366 |
| 0,1 uur | 6 minuten |
| 0,25 uur | 15 minuten |
| 0,75 uur | 45 minuten |
Tijdsduur berekenen met sprongen
De handigste manier om uit te rekenen hoe lang iets duurt, is springen langs de klok. Je springt eerst naar een heel uur, dan met hele uren, en dan naar de eindtijd.
- Spring van de begintijd naar het eerstvolgende hele uur.
- Spring met hele uren zo ver als het kan.
- Spring van dat hele uur naar de eindtijd.
- Tel de sprongen bij elkaar op.
- Zijn het 60 minuten of meer? Maak er dan een uur van.
Uitgewerkt voorbeeld: van 13.35 uur tot 16.50 uur
- Van 13.35 naar 14.00 is 25 minuten.
- Van 14.00 naar 16.00 is 2 uur.
- Van 16.00 naar 16.50 is 50 minuten.
- Samen: 2 uur en 75 minuten. Dat is 2 uur + 1 uur + 15 minuten = 3 uur en 15 minuten.
Over middernacht heen
Een nachtdienst begint om 22.30 uur en eindigt om 6.15 uur. Van 22.30 tot middernacht is 1 uur en 30 minuten. Van middernacht tot 6.15 is 6 uur en 15 minuten. Samen is dat 7 uur en 45 minuten. Met springen kom je hier makkelijk uit, met gewoon aftrekken niet.
Eindtijd of begintijd berekenen
Ken je de begintijd en hoe lang iets duurt, dan tel je op. Een workshop begint om 14.50 uur en duurt 1 uur en 25 minuten. Eerst het uur erbij: 15.50 uur. Dan nog 10 minuten tot 16.00 uur, en de laatste 15 minuten: 16.15 uur.
Moet je terugrekenen, dan spring je achteruit. Een trein komt om 11.05 uur aan na een reis van 2 uur en 40 minuten. Twee uur terug is 9.05 uur. Dan nog 40 minuten terug: 5 minuten naar 9.00 uur en daarna 35 minuten naar 8.25 uur. De trein vertrok dus om 8.25 uur. Controle: van 8.25 naar 9.00 is 35 minuten, dan 2 uur naar 11.00 en 5 minuten naar 11.05. Samen 2 uur en 40 minuten. Het klopt.
Tijd omrekenen: uren, minuten en seconden
- 3 uur en 20 minuten = 3 × 60 + 20 = 200 minuten.
- 150 seconden = 2 minuten en 30 seconden, want 2 × 60 = 120 en er blijven 30 seconden over.
- 1,75 uur = 1 uur en 0,75 × 60 = 45 minuten, dus 1 uur en 45 minuten.
- 2 uur en 12 minuten = 2,2 uur, want 12 : 60 = 0,2.
Het omrekenen van kommagetallen naar minuten heb je nodig bij snelheid. Rijdt een bus 1,5 uur, dan is dat 90 minuten. Meer daarover lees je bij gemiddelde snelheid berekenen.
Klokken lezen: 24 uur en de wijzerklok
Op digitale klokken, in roosters en in dienstregelingen staat de tijd meestal in 24 uur, zoals 19.40 uur. In gesprekken zeggen we vaak tien over half acht. Bij tijd berekenen is het verstandig om alles eerst om te zetten naar de 24-uursnotatie. Dan zie je meteen of het ochtend of avond is.
- Tien over half acht 's avonds = 19.40 uur.
- Vijf voor half drie 's middags = 14.25 uur.
- Kwart over elf 's ochtends = 11.15 uur.
Veel kinderen vinden vooral de tijden rond het halve uur lastig. Oefen die extra met een echte wijzerklok.
Tijd in tabellen en dienstregelingen
Tijdsommen staan vaak bij een tabel, zoals een busrooster of een tv-gids. Lees dan eerst goed de kop van de tabel: welke halte, welke dag, welke richting? Zoek daarna pas de tijd. Wie naar de tijd springt voordat hij de tabel snapt, maakt sneller een fout. Tips voor het lezen van tabellen vind je bij grafieken en tabellen lezen.
Veelgemaakte fouten bij tijd berekenen
- Tijden aftrekken als gewone getallen. Daar komen minuten boven de 59 uit. Gebruik de sprongen.
- 1,5 uur lezen als 1 uur en 50 minuten. Een half uur is 30 minuten.
- Middernacht vergeten. Na 23.59 uur komt 0.00 uur, en de dag begint opnieuw.
- Ochtend en avond verwarren. Zet een tijd als half negen altijd om naar 8.30 of 20.30 uur.
- Bij terugrekenen de verkeerde kant op springen. Controleer je antwoord door weer vooruit te springen.
Zo oefen je tijd berekenen thuis
- Vraag tijdens de dag: hoe lang duurt het nog tot het eten? Hoe laat zijn we thuis als de rit 45 minuten duurt?
- Laat je kind een treinreis plannen met een reisplanner en uitrekenen hoe lang de reis duurt, met overstap.
- Zet een kookwekker en laat je kind vooraf uitrekenen hoe laat hij afgaat.
- Gebruik een wijzerklok naast een digitale klok, zodat je kind beide leert lezen.
Tijd komt vaak voor in verhaaltjessommen. Meer oefening vind je bij redactiesommen in groep 8. Wil je weten hoe je kind het doet op alle rekenonderdelen, doe dan de gratis oefentoets.
Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg
Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je hoe lang iets duurt?
Spring van de begintijd naar het volgende hele uur, dan met hele uren, en dan naar de eindtijd. Tel de sprongen op en maak van 60 minuten of meer een uur.
Hoeveel minuten is 1,5 uur?
1,5 uur is 90 minuten: 1 uur is 60 minuten en een half uur is 30 minuten.
Hoe reken je minuten om naar uren?
Deel het aantal minuten door 60. Wat overblijft zijn losse minuten. Zo is 135 minuten 2 uur en 15 minuten, want 2 × 60 = 120.
Waarom kun je tijden niet gewoon aftrekken?
Een uur heeft 60 minuten en geen 100. Als je tijden aftrekt als gewone getallen, krijg je antwoorden met meer dan 59 minuten, en die kloppen niet.