Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Grafieken lezen en tabellen lezen: zo pak je het aan

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Bij grafieken lezen en tabellen lezen kijk je eerst naar de titel, de kopjes en de eenheden, zodat je weet wat er wordt getoond. Daarna lees je de vraag en zoek je de juiste rij, kolom of punt op. Pas dan reken je, bijvoorbeeld een verschil, een totaal of een gemiddelde.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Waarom is grafieken lezen zo belangrijk?

Overal om je heen staan tabellen en grafieken: in het weerbericht, op een dienstregeling, in een folder of in het nieuws. Grafieken lezen en tabellen lezen betekent dat je de informatie eruit haalt die je nodig hebt. Dat lijkt makkelijk, maar veel fouten in rekenopgaven komen niet door verkeerd rekenen. Ze komen doordat een kind de verkeerde regel of het verkeerde getal afleest. Met een vaste aanpak voorkom je dat.

Tabellen lezen: rijen en kolommen

Een tabel bestaat uit rijen (van links naar rechts) en kolommen (van boven naar beneden). Bovenaan staan kopjes die vertellen wat er in elke kolom staat. Om een getal te vinden, zoek je de juiste rij en de juiste kolom. Waar ze elkaar kruisen, staat je antwoord.

Voorbeeld: bezoekers van de bibliotheek

DagAantal bezoekers
Maandag120
Dinsdag95
Woensdag210
Donderdag140
Vrijdag175

Met deze tabel kun je verschillende vragen beantwoorden:

  • Op welke dag was het het drukst? Woensdag, met 210 bezoekers.
  • Hoeveel bezoekers meer waren er op de drukste dag dan op de rustigste dag? 210 − 95 = 115.
  • Hoeveel bezoekers waren er die week samen? 120 + 95 + 210 + 140 + 175 = 740.
  • Hoeveel bezoekers waren er gemiddeld per dag? 740 : 5 = 148.

Hoe je zo'n gemiddelde uitrekent, lees je uitgebreid op de pagina gemiddelde berekenen.

Tabellen met twee kanten

Sommige tabellen hebben kopjes boven en aan de linkerkant, zoals een afstandstabel tussen steden of een prijstabel met kinderen en volwassenen. Je zoekt dan twee dingen tegelijk op: de rij van het ene kopje en de kolom van het andere. Laat je kind met twee vingers werken, een in de rij en een in de kolom, tot ze elkaar raken. Zo lees je bijvoorbeeld snel af wat een kaartje voor een kind op zondag kost.

Welke soorten grafieken zijn er?

Elke grafiek heeft een eigen doel. Als je weet waarvoor een grafiek bedoeld is, lees je hem sneller.

Soort grafiekWaar is hij goed voor?Voorbeeld
StaafgrafiekHoeveelheden vergelijkenLievelingsfruit van de klas
LijngrafiekLaten zien hoe iets verandert in de tijdDe temperatuur gedurende een dag
CirkeldiagramLaten zien welk deel van het geheel iets isHoe kinderen naar school komen
BeeldgrafiekHoeveelheden tonen met plaatjesEen boekje staat voor 20 gelezen boeken

De staafgrafiek

Bij een staafgrafiek geeft de hoogte van elke staaf een aantal aan. Kijk langs de verticale as om de waarde af te lezen. Valt de bovenkant van een staaf tussen twee streepjes, kijk dan hoeveel elk streepje waard is. Staan er streepjes per 10, dan ligt een staaf halverwege 40 en 50 op 45.

De lijngrafiek

Een lijngrafiek laat zien hoe iets verandert. Langs de horizontale as staat meestal de tijd. Waar de lijn steil omhoog gaat, verandert er veel in korte tijd. Waar de lijn vlak is, verandert er niets. Een vraag als "wanneer steeg de temperatuur het snelst?" beantwoord je door te zoeken waar de lijn het steilst omhoog loopt. Tijden aflezen en uitrekenen oefen je ook op de pagina tijd berekenen.

Het cirkeldiagram

Een cirkeldiagram is een taart die in stukken is verdeeld. De hele cirkel is alles samen, dus 100 procent. Een halve cirkel is 50 procent, een kwart is 25 procent. Zitten er 200 kinderen op school en komt een kwart lopend, dan zijn dat 200 : 4 = 50 kinderen. Staat er 40 procent bij een stuk, dan reken je 40 procent van 200 uit: dat is 80. Op de pagina procenten berekenen staat hoe dat werkt.

De beeldgrafiek

Bij een beeldgrafiek staat elk plaatje voor een vast aantal. Dat staat in de legenda, bijvoorbeeld: één boekje staat voor 20 boeken. Een half plaatje is dan 10. Lees de legenda altijd eerst, want een plaatje is bijna nooit gelijk aan 1.

Stappenplan voor grafieken lezen en tabellen lezen

  1. Lees de titel. Waar gaat de grafiek of tabel over?
  2. Bekijk de kopjes, de assen en de legenda. Welke eenheid wordt gebruikt: euro, kilo, graden, minuten?
  3. Lees de vraag goed. Gaat het om een getal aflezen, een verschil, een totaal of een gemiddelde?
  4. Zoek de juiste plek. Gebruik bij een tabel je vinger of een liniaal, zodat je in de goede rij blijft.
  5. Reken als dat nodig is, en controleer of je antwoord bij de vraag past.

Veelgemaakte fouten bij grafieken en tabellen

  • Een rij te hoog of te laag aflezen. Een liniaal onder de regel helpt.
  • De eenheid vergeten. Staat er "× 1000" bij de as, dan betekent 5 eigenlijk 5000.
  • De schaal van de as niet bekijken. Een as die niet bij nul begint, laat verschillen groter lijken dan ze zijn. Lees altijd de getallen af en vertrouw niet alleen op hoe hoog een staaf eruitziet.
  • "Meer dan" en "minstens" door elkaar halen. Warmer dan 2 graden betekent dat 2 graden zelf niet meetelt.
  • De vraag niet goed lezen. Wordt er gevraagd naar het verschil of naar het totaal?

Zo oefen je thuis

  • Bekijk samen het weerbericht. Welke dag wordt het warmst? Hoeveel graden scheelt het met vandaag? Er kunnen ook temperaturen onder nul bij staan. Hoe je daarmee rekent, lees je bij negatieve getallen.
  • Pak een dienstregeling van de bus of trein en plan samen een reis.
  • Laat je kind zelf een staafgrafiek maken, bijvoorbeeld van het lievelingseten van de familie.
  • Zoek een grafiek in de krant en vraag: wat valt je op? Wat zou de maker willen laten zien?

Grafieken en tabellen op de doorstroomtoets

Bij rekenen staan regelmatig vragen met een tabel, grafiek of diagram. Vaak is het aflezen het eerste deel van de opgave, en volgt daarna een berekening. Ook bij lezen kom je tabellen tegen, bijvoorbeeld in een informatieve tekst. Welke vragen er precies komen, weet niemand vooraf. Oefen het aflezen rustig met onze gratis oefentoets.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

In de tabel zie je hoe lang een zonnebloem was aan het eind van elke week. Wanneer groeide de zonnebloem het meest?

WeekLengte
112 cm
220 cm
331 cm
445 cm
554 cm
Het goede antwoord is C. Reken de groei per week uit: 8 cm, 11 cm, 14 cm en 9 cm. De grootste groei, 14 cm, was van week 3 naar week 4.
Vraag 2

In een cirkeldiagram zie je hoe de 28 kinderen van groep 8 naar school komen. De helft komt op de fiets, een kwart komt lopend en de rest komt met de auto. Hoeveel kinderen komen met de auto?

Het goede antwoord is A. De helft van 28 is 14 en een kwart is 7. Samen zijn dat 21 kinderen. Er blijven 28 − 21 = 7 kinderen over die met de auto komen.
Vraag 3

In een beeldgrafiek staat één boekje voor 20 gelezen boeken. Bij groep 8 staan 4 hele boekjes en een half boekje. Hoeveel boeken heeft groep 8 gelezen?

Het goede antwoord is D. Vier hele boekjes zijn 4 × 20 = 80 boeken. Een half boekje is 10 boeken. Samen is dat 90.
Vraag 4

In de tabel staat de hoogste temperatuur van vijf dagen. Op hoeveel dagen was het warmer dan 2 graden?

DagTemperatuur
Maandag4 °C
Dinsdag−1 °C
Woensdag2 °C
Donderdag6 °C
Vrijdag3 °C
Het goede antwoord is B. Warmer dan 2 graden waren maandag (4), donderdag (6) en vrijdag (3). Woensdag was precies 2 graden en telt dus niet mee. Dat zijn 3 dagen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een staafgrafiek en een lijngrafiek?

Een staafgrafiek gebruik je om losse hoeveelheden met elkaar te vergelijken, zoals het aantal leerlingen per groep. Een lijngrafiek laat zien hoe iets verandert in de tijd, zoals de temperatuur over een dag.

Hoe lees je een cirkeldiagram?

De hele cirkel is alles samen, 100 procent, en elk stuk laat zien welk deel van het geheel iets is. Een half rondje is de helft, een kwart rondje is een kwart. Weet je het totaal, dan reken je uit hoeveel elk stuk is.

Waar moet je op letten bij het aflezen van een grafiek?

Kijk eerst naar de titel, de assen en de eenheden. Controleer hoeveel elk streepje op de as waard is en of de as bij nul begint. Lees daarna pas het getal af.

Hoe kan mijn kind beter tabellen leren lezen?

Oefen met echte tabellen, zoals een dienstregeling, een weerbericht of een sportuitslag. Laat je kind een vinger of liniaal gebruiken om in de goede rij te blijven en de vraag hardop herhalen voordat het gaat zoeken.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8