Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Negatieve getallen: rekenen onder nul

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Negatieve getallen zijn getallen kleiner dan nul, zoals −3 of −15. Je schrijft ze met een minteken ervoor. Op de getallenlijn staan ze links van de nul: hoe verder naar links, hoe kleiner het getal. Daarom is −8 kleiner dan −3.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Wat zijn negatieve getallen?

Negatieve getallen zijn getallen die kleiner zijn dan nul. Je herkent ze aan het minteken ervoor: −1, −5, −20. Getallen boven nul heten positieve getallen. De nul zelf is geen van beide.

Kinderen kennen negatieve getallen vaak al uit het dagelijks leven, ook al noemen ze het niet zo. Denk aan de thermometer in de winter, aan de knopjes in een lift met een parkeerkelder, of aan een spelletje waarin je strafpunten krijgt. Wie die situaties voor ogen houdt, snapt het rekenen met negatieve getallen veel sneller.

Negatieve getallen op de getallenlijn

De getallenlijn is het belangrijkste hulpmiddel. Teken een lange streep met in het midden de 0. Rechts staan 1, 2, 3 en verder. Links staan −1, −2, −3 en verder.

  • Hoe verder naar rechts, hoe groter het getal.
  • Hoe verder naar links, hoe kleiner het getal.
  • −1 ligt dichter bij de nul dan −10, en is dus groter.

Dat laatste vinden kinderen vaak verwarrend. 10 is toch meer dan 1? Bij negatieve getallen draait het om. Denk aan de temperatuur: bij −1 graad is het warmer dan bij −10 graden. Wie het warmst heeft, heeft het grootste getal.

Negatieve getallen vergelijken

Om negatieve getallen op volgorde te zetten, stel je je de getallenlijn voor. Van klein naar groot is dat bijvoorbeeld: −12, −7, −3, 0, 4. Het tekentje < betekent "is kleiner dan". Dus −8 < −3 klopt, want −8 ligt verder links.

Waar kom je negatieve getallen tegen?

SituatieWat betekent het minteken?Voorbeeld
TemperatuurKouder dan nul gradenHet vriest 5 graden: −5 °C
Lift of parkeergarageVerdiepingen onder de grondDe auto staat op −2
BankrekeningJe staat rood, je hebt een tekortSaldo € −20
HoogteOnder een vast nulpunt, zoals de zeespiegelEen polder op −4 meter
SpelletjesStrafpuntenJe score is −3

Hoe reken je met negatieve getallen?

Op de basisschool reken je vooral met negatieve getallen in een situatie. Je hoeft dan geen regels uit je hoofd te leren: je stapt over de getallenlijn. Optellen is naar rechts stappen, aftrekken is naar links stappen.

Optellen: naar rechts

Het is −6 graden en het wordt 10 graden warmer. Je begint bij −6 en stapt 10 plaatsen naar rechts. Na 6 stappen ben je bij 0, daarna nog 4 stappen. Het wordt 4 graden. Als som: −6 + 10 = 4.

Aftrekken: naar links

Het is 3 graden en het wordt 8 graden kouder. Je stapt 8 plaatsen naar links. Na 3 stappen ben je bij 0, daarna nog 5. Het wordt −5 graden. Als som: 3 − 8 = −5.

Begin je al onder nul en ga je verder omlaag, dan wordt het getal nog kleiner: −2 − 5 = −7.

Het verschil tussen een negatief en een positief getal

Een veelgestelde vraag in sommen is: hoeveel is het verschil? Bijvoorbeeld: 's nachts is het −5 graden en overdag 9 graden. Hoeveel graden is het warmer geworden?

  1. Tel de stappen van −5 tot 0. Dat zijn er 5.
  2. Tel de stappen van 0 tot 9. Dat zijn er 9.
  3. Tel ze bij elkaar op: 5 + 9 = 14.

Het verschil is 14 graden. De fout die vaak gemaakt wordt, is 9 − 5 = 4 rekenen. Dan vergeet je kind dat de stap van −5 naar 0 ook meetelt. Tekenen helpt: zet beide getallen op een getallenlijn en tel de sprongen.

Veelgemaakte fouten met negatieve getallen

  • Denken dat −10 groter is dan −1. Laat je kind het op de thermometer zoeken.
  • Het verschil uitrekenen door de getallen van elkaar af te trekken zonder de nul mee te nemen. Van −3 naar 6 is 9 stappen, niet 3.
  • Het minteken vergeten in het antwoord. Bij 3 − 8 schrijven kinderen soms 5. Vraag: ben je boven of onder de nul uitgekomen?
  • Het minteken van een getal verwarren met een minsom. In "−4 + 7" hoort de min bij de 4. Je begint dus bij −4.

Een kijkje vooruit: keer en gedeeld door met negatieve getallen

In de brugklas leert je kind ook vermenigvuldigen met negatieve getallen. Een korte vooruitblik, voor wie nieuwsgierig is:

  • Positief keer negatief is negatief: 4 × (−3) = −12. Vier keer een schuld van 3 euro is een schuld van 12 euro.
  • Negatief keer negatief is positief: −2 × (−5) = 10.
  • Een negatief getal aftrekken is hetzelfde als optellen: 4 − (−3) = 7. Haal je 3 strafpunten weg, dan ga je 3 punten omhoog.

Dit hoort niet bij de basisvaardigheden van groep 8. Het is fijn als je kind het herkent, maar het is geen reden voor zorgen als het nog niet lukt.

Zo oefen je thuis met negatieve getallen

  • Kijk samen naar het weerbericht in de winter. Hoeveel graden scheelt het tussen de nacht en de middag?
  • Speel een spel met plus- en strafpunten en laat je kind de score bijhouden.
  • Teken een getallenlijn op een lange strook papier en spring er met een pion overheen.
  • Maak een lift na met een trap of verdiepingen in een tekening: van verdieping 3 naar −1, hoeveel verdiepingen is dat?

Negatieve getallen staan vaak in een tabel of grafiek, bijvoorbeeld met temperaturen per dag. Op de pagina over grafieken en tabellen lezen oefen je dat aflezen. Wil je weten in welke volgorde je rekent als er meer bewerkingen in een som staan, lees dan over de volgorde van bewerkingen.

Negatieve getallen op de doorstroomtoets

Bij rekenen op de doorstroomtoets zie je negatieve getallen vooral in situaties, zoals temperatuur of hoogte. Je kind leest de situatie, zet de getallen op een denkbeeldige getallenlijn en rekent het verschil of de nieuwe waarde uit. Welke vragen er precies komen, weet niemand vooraf. Meer rekenoefening vind je op rekenen oefenen in groep 8 en in onze gratis oefentoets.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Welk getal is het kleinst?

Het goede antwoord is D. Op de getallenlijn ligt −12 het verst naar links. Hoe verder naar links, hoe kleiner het getal.
Vraag 2

Om middernacht is het −3 °C. 's Middags is het 9 graden warmer. Hoe warm is het dan?

Het goede antwoord is A. Begin bij −3 en stap 9 naar rechts. Na 3 stappen ben je bij 0, daarna nog 6. Het wordt 6 °C.
Vraag 3

Een lift gaat van de vierde verdieping naar verdieping −2. Hoeveel verdiepingen gaat de lift omlaag?

Het goede antwoord is C. Van 4 naar 0 zijn 4 verdiepingen, en van 0 naar −2 nog 2. Samen zijn dat 6 verdiepingen.
Vraag 4

Hoeveel is −4 − 6?

Het goede antwoord is B. Je begint bij −4 en stapt 6 plaatsen naar links. Dan kom je uit op −10.

Veelgestelde vragen

Is −10 groter of kleiner dan −1?

−10 is kleiner dan −1. Op de getallenlijn ligt −10 verder naar links. Denk aan de temperatuur: bij −10 graden is het kouder dan bij −1 graad.

Hoe bereken je het verschil tussen een negatief en een positief getal?

Tel de stappen van het negatieve getal naar 0 en daarna van 0 naar het positieve getal. Tel die twee op. Van −5 naar 9 is 5 + 9 = 14.

Leer je negatieve getallen al op de basisschool?

Ja, vooral in situaties zoals temperatuur, een lift of een tekort. Het rekenen met regels, zoals min keer min, komt meestal pas in de brugklas.

Is nul een negatief getal?

Nee. Nul is niet negatief en niet positief. Het is het punt op de getallenlijn waar de negatieve getallen ophouden en de positieve getallen beginnen.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8