Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Volgorde van bewerkingen: welke som eerst?

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

De volgorde van bewerkingen is: eerst haakjes, dan machten en wortels, dan vermenigvuldigen en delen, en als laatste optellen en aftrekken. Vermenigvuldigen en delen zijn even belangrijk en doe je van links naar rechts. Dat geldt ook voor optellen en aftrekken.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Waarom is er een volgorde van bewerkingen?

Hoeveel is 8 + 4 × 3? Rekent je kind van links naar rechts, dan komt het uit op 12 × 3 = 36. Rekent het eerst de keersom, dan is het 8 + 12 = 20. Beide kinderen hebben netjes gerekend, maar ze hebben een ander antwoord. Om dat te voorkomen, is er een afspraak: de volgorde van bewerkingen. Volgens die afspraak is het goede antwoord 20.

Een bewerking is een soort som: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, machtsverheffen en worteltrekken. Staan er meerdere in een som, dan bepaalt de volgorde van bewerkingen wat je eerst doet.

De ezelsbrug: Hoe Moeten Wij Van De Onvoldoendes Afkomen

Veel kinderen leren de volgorde met de zin "Hoe Moeten Wij Van De Onvoldoendes Afkomen". De eerste letters staan voor:

LetterBewerkingVoorbeeld
HHaakjes(8 + 4) × 3
MMachten3² = 3 × 3
WWortels√16 = 4
V en DVermenigvuldigen en Delen24 : 4 × 2
O en AOptellen en Aftrekken15 − 5 + 2

Oudere generaties kennen vaak "Meneer Van Dalen Wacht Op Antwoord". Die ezelsbrug mist de haakjes, en zet de wortels op een vreemde plek. De nieuwere zin is daarom handiger. Machten en wortels kom je in groep 8 nog niet vaak tegen. Wil je weten wat een macht is, lees dan de pagina over kwadraat en machten.

De valkuil: vermenigvuldigen en delen zijn even sterk

Dit is het belangrijkste punt van deze pagina. De ezelsbrug zet de V voor de D, maar dat betekent niet dat je altijd eerst vermenigvuldigt en dan pas deelt. Vermenigvuldigen en delen zijn gelijkwaardig. Je doet ze in de volgorde waarin ze staan, van links naar rechts. Hetzelfde geldt voor optellen en aftrekken.

Voorbeeld: 24 : 4 × 2

  • Goed: van links naar rechts. Eerst 24 : 4 = 6, dan 6 × 2 = 12.
  • Fout: eerst de keersom omdat V voor D staat. Dan reken je 4 × 2 = 8 en 24 : 8 = 3.

Voorbeeld: 15 − 5 + 2

  • Goed: van links naar rechts. 15 − 5 = 10, en 10 + 2 = 12.
  • Fout: eerst optellen omdat O voor A staat. Dan reken je 5 + 2 = 7 en 15 − 7 = 8.

Leer je kind de ezelsbrug dus zo: haakjes, dan machten en wortels, dan keer en delen samen, en als laatste plus en min samen.

Stappenplan: hoe pak je een lange som aan?

  1. Zoek de haakjes. Reken wat tussen de haakjes staat eerst uit.
  2. Zoek machten of wortels en reken die uit.
  3. Doe alle keer- en deelsommen, van links naar rechts.
  4. Doe alle plus- en minsommen, van links naar rechts.
  5. Schrijf na elke stap de som opnieuw op, korter dan ervoor. Zo raak je niets kwijt.

Uitgewerkt voorbeeld: 100 − (25 + 15) × 2

  1. Haakjes eerst: 25 + 15 = 40. De som wordt 100 − 40 × 2.
  2. Dan vermenigvuldigen: 40 × 2 = 80. De som wordt 100 − 80.
  3. Dan aftrekken: 100 − 80 = 20.

Een tweede voorbeeld met een macht: 3² + 4 × 2. Eerst de macht, 3² = 9. Dan de keersom, 4 × 2 = 8. Dan optellen: 9 + 8 = 17.

Waar kom je de volgorde van bewerkingen tegen?

Ook als er geen lange som staat, gebruik je deze regels. Bij redactiesommen vertaal je het verhaal zelf naar een som. Een voorbeeld: je koopt 3 schriften van 2 euro en een pen van 4 euro. Als som schrijf je 3 × 2 + 4. Door de volgorde van bewerkingen weet iedereen dat dit 6 + 4 = 10 euro is. Wil je zeker weten dat niemand het anders leest, zet dan haakjes: (3 × 2) + 4. Dat mag altijd. Meer van dit soort sommen vind je bij redactiesommen voor groep 8.

Let op met de rekenmachine

Een eenvoudige rekenmachine rekent vaak in de volgorde waarin je de getallen intypt. Typ je 8 + 4 × 3, dan kan er 36 uitkomen. Een rekenmachine voor school of op de telefoon houdt meestal wel rekening met de volgorde van bewerkingen. Probeer het samen uit: het is een mooie manier om te laten zien waarom de afspraak nodig is.

Veelgemaakte fouten bij de volgorde van bewerkingen

  • Altijd van links naar rechts rekenen, ook als er een keersom achter een plussom staat.
  • Bij keer en delen altijd eerst vermenigvuldigen, omdat de V voor de D staat.
  • Bij plus en min altijd eerst optellen, omdat de O voor de A staat.
  • Haakjes overslaan of alleen een deel van de haakjes uitrekenen.
  • Te veel tegelijk in het hoofd willen doen. Herschrijf de som na elke stap.

Zo oefen je thuis

  • Laat je kind zelf sommen bedenken waarbij haakjes een ander antwoord geven, zoals 2 × 3 + 4 en 2 × (3 + 4).
  • Geef een uitkomst en laat je kind haakjes plaatsen: hoe maak je van 6 + 4 × 5 het getal 50?
  • Vertaal kleine verhaaltjes uit het dagelijks leven naar een som en reken die uit.
  • Werk met kleurpotloden: omcirkel per stap welk deel je eerst uitrekent.

Ook met negatieve getallen geldt dezelfde volgorde. Wil je daar meer over weten, kijk dan bij negatieve getallen.

De volgorde van bewerkingen op de doorstroomtoets

Een kale som met veel bewerkingen komt op de basisschool niet vaak voor, maar het idee erachter wel. Bij elke redactiesom met meerdere stappen moet je kind bepalen wat eerst komt. Kinderen die gewend zijn hun tussenstappen op te schrijven, maken minder slordigheidsfouten. Oefen het rustig met onze gratis oefentoets of op de pagina rekenen oefenen in groep 8.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Hoeveel is 6 + 2 × 5?

Het goede antwoord is B. Eerst vermenigvuldigen: 2 × 5 = 10. Dan optellen: 6 + 10 = 16. Wie van links naar rechts rekent, komt op 40 uit, en dat is fout.
Vraag 2

Hoeveel is 30 : 5 × 3?

Het goede antwoord is D. Delen en vermenigvuldigen zijn even sterk, dus je rekent van links naar rechts. 30 : 5 = 6 en 6 × 3 = 18.
Vraag 3

Hoeveel is (12 − 4) × (2 + 3)?

Het goede antwoord is A. Eerst de haakjes: 12 − 4 = 8 en 2 + 3 = 5. Dan 8 × 5 = 40.
Vraag 4

Lisa koopt 4 pakjes met elk 3 stickers. Ze krijgt er nog 5 losse stickers bij. Welke som past bij het aantal stickers dat ze nu heeft?

Het goede antwoord is C. Eerst reken je de stickers in de pakjes uit, 4 × 3, en daarna tel je de 5 losse erbij. Door de volgorde van bewerkingen is 4 × 3 + 5 = 12 + 5 = 17.

Veelgestelde vragen

Wat betekent Hoe Moeten Wij Van De Onvoldoendes Afkomen?

Het is een ezelsbrug voor de volgorde van bewerkingen: Haakjes, Machten, Wortels, Vermenigvuldigen, Delen, Optellen en Aftrekken. Vermenigvuldigen en delen doe je samen van links naar rechts, en optellen en aftrekken ook.

Gaat vermenigvuldigen voor delen?

Nee, vermenigvuldigen en delen zijn even sterk. Je rekent ze uit in de volgorde waarin ze in de som staan, van links naar rechts. Zo is 24 : 4 × 2 gelijk aan 12.

Gaat optellen voor aftrekken?

Nee, ook optellen en aftrekken zijn gelijkwaardig. Je rekent van links naar rechts. 15 − 5 + 2 is dus 12 en niet 8.

Waarom geeft mijn rekenmachine een ander antwoord?

Een eenvoudige rekenmachine rekent vaak in de volgorde waarin je typt, zonder rekening te houden met de volgorde van bewerkingen. Reken dan in stappen, of gebruik een rekenmachine die de volgorde wel volgt.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8