Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Redactiesommen groep 7: oefenen met uitleg

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Bij redactiesommen in groep 7 leert je kind uit een kort verhaal halen welke som het moet maken: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen. Werk steeds in vier stappen: lees de som, maak een tekening, reken uit en controleer of je antwoord bij de vraag past.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Redactiesommen groep 7: waar gaat het om?

Zoek je redactiesommen groep 7 om thuis mee te oefenen? Dan zit je goed. Een redactiesom is een rekensom die in een kort verhaal staat. In groep 7 worden die verhaaltjes langer dan in groep 5 en 6, en de getallen worden groter. Er komen meer sommen met kommagetallen, geld, tijd en breuken. Je kind moet dus niet alleen kunnen rekenen, maar ook uit een tekst halen wat er gevraagd wordt.

Groep 7 is een mooi moment om daar rustig mee te oefenen. Er is nog geen toetsdruk, en wat je kind nu leert, is de basis voor de langere sommen in groep 8.

Welke som zit er in het verhaal?

De eerste vraag bij elke verhaalsom is: moet ik optellen, aftrekken, keer doen of delen? Bepaalde woorden geven een hint. In de tabel zie je de bekendste.

Woorden in de somMeestalVoorbeeld
samen, in totaal, erbijoptellenAnna heeft 15 kaarten en krijgt er 8 bij: 15 + 8 = 23
over, verschil, hoeveel minderaftrekkenVan 40 snoepjes zijn er 13 op: 40 − 13 = 27
elk, per stuk, keervermenigvuldigen5 dozen met elk 12 eieren: 5 × 12 = 60
verdelen, eerlijk, per groepjedelen36 kinderen in groepjes van 4: 36 : 4 = 9

Let op het woordje "meestal". Signaalwoorden helpen, maar ze zijn geen vaste regel. Kijk maar: Sara heeft 12 stickers. Tim heeft er 5 meer dan Sara. Hoeveel stickers heeft Tim? Hier betekent "meer dan" optellen: 12 + 5 = 17. Maar draai je het om, Tim heeft 17 stickers, dat zijn er 5 meer dan Sara, dan moet je juist aftrekken om Sara te vinden. Daarom is begrijpen wat er gebeurt altijd belangrijker dan woordjes zoeken.

Vier stappen voor elke verhaalsom

  1. Lees. Lees de som helemaal, en vertel in je eigen woorden wat er gebeurt.
  2. Teken. Maak een snelle tekening, een streep met een tijdlijn of een rijtje rondjes. Dat hoeft niet mooi te zijn.
  3. Reken. Schrijf de som op en reken hem uit. Bij meerdere stappen schrijf je elk tussenantwoord op.
  4. Check. Lees de vraag nog een keer. Past je antwoord erbij, en is het een logisch getal?

Uitgewerkte voorbeelden voor groep 7

Delen met een rest

Groep 7 gaat met 30 kinderen naar het bos. In elke auto mogen 4 kinderen. Hoeveel auto's zijn er nodig?

Reken 30 : 4. Dat is 7, met een rest van 2, want 7 × 4 = 28. Maar die laatste 2 kinderen moeten ook mee. Er is dus nog een auto nodig: 8 auto's in totaal. Bij zulke sommen rond je naar boven af, ook al is de rest klein. Kinderen die gewoon "7,5" of "7" opschrijven, hebben de som wel uitgerekend, maar niet de vraag beantwoord.

Rekenen met geld

Een doos met 24 pakjes drinken kost € 9,60. Hoeveel kost één pakje?

Je deelt € 9,60 door 24. Dat gaat makkelijker in centen: 960 cent : 24 = 40 cent. Eén pakje kost dus € 0,40. Controle: 24 × 40 cent = 960 cent, dat is € 9,60. Meer oefenen met euro's en centen kan op de pagina over geld rekenen.

Een som in twee stappen

Femke leest elke dag 15 bladzijden. Haar boek heeft 180 bladzijden. Ze heeft 7 dagen gelezen. Hoeveel bladzijden moet ze nog?

Stap 1: in 7 dagen las ze 7 × 15 = 105 bladzijden. Stap 2: er blijven 180 − 105 = 75 bladzijden over. Wie na stap 1 stopt, geeft het antwoord op een andere vraag.

Veelgemaakte fouten bij redactiesommen in groep 7

  • Snel een getal pakken. Je kind ziet twee getallen en doet er meteen iets mee, zonder het verhaal te snappen.
  • Vergeten wat er met de rest gebeurt. Bij delen moet je nadenken: naar boven afronden (auto's, dozen) of naar beneden (hoeveel volle zakjes kun je maken)?
  • Tijd als gewoon getal behandelen. 16.45 uur plus 40 minuten is geen 16.85 uur. Na 60 minuten begint een nieuw uur.
  • Komma's in geldsommen. € 20 − € 12,95 rekent veel makkelijker als je eerst naar € 13 gaat en dan de 5 cent terugtelt.

Rekenen met klokken is in groep 7 voor veel kinderen nog lastig. Op de pagina tijd berekenen staat daar meer uitleg over.

Redactiesommen groep 7 oefenen: zo doe je dat thuis

Je hoeft geen werkbladen te kopen om verhaalsommen te oefenen. De beste sommen komen uit jullie eigen week. Een paar ideeën:

  • Laat je kind bij de kassa uitrekenen hoeveel wisselgeld je terugkrijgt.
  • Vraag hoeveel pizza's je moet bestellen als elk kind 3 stukken eet en een pizza 8 stukken heeft.
  • Laat je kind zelf een verhaalsom bedenken voor jou, met één overbodig getal erin.
  • Maak een weekschema voor het lezen van een boek: hoeveel bladzijden per dag?

Werkt je kind graag met papier? Dan kan het helpen om elke som eerst met een tekening te beginnen. Kinderen die dat in groep 7 aanleren, hebben er in groep 8 veel profijt van.

Op weg naar groep 8

In groep 8 komen er meer verhaalsommen met procenten, verhoudingen en meerdere stappen. Ook bij het rekenonderdeel van de doorstroomtoets staan veel opgaven in een situatie met een tekst of tabel. Wie in groep 7 al rustig leert lezen wat er gevraagd wordt, staat daar sterker voor. Kijk voor de volgende stap bij redactiesommen in groep 8, of lees wat er verder aan bod komt bij rekenen in groep 7. Benieuwd hoe toetsvragen eruitzien? De gratis oefentoets geeft een eerste indruk.

Oefen het meteen: 6 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

In een doos liggen 6 rijen bonbons met elk 8 bonbons. Mama eet er 5 op. Hoeveel bonbons zitten er nog in de doos?

Het goede antwoord is B. Eerst reken je uit hoeveel er in de doos zaten: 6 × 8 = 48 bonbons. Daarna gaan er 5 af: 48 − 5 = 43.
Vraag 2

Een klas van 27 kinderen wordt verdeeld in groepjes. In een groepje zitten hoogstens 4 kinderen. Elk kind moet in een groepje. Hoeveel groepjes zijn er minstens nodig?

Het goede antwoord is C. 27 : 4 = 6 met een rest van 3. Die 3 kinderen hebben ook een groepje nodig, dus je hebt minstens 7 groepjes.
Vraag 3

Sem heeft € 20. Hij koopt een boek van € 12,95. Hoeveel geld houdt hij over?

Het goede antwoord is A. Van € 12,95 naar € 13 is 5 cent. Van € 13 naar € 20 is € 7. Samen houdt Sem € 7,05 over.
Vraag 4

Een giraf is 5,4 meter hoog. Een olifant is 3,2 meter hoog. Hoeveel meter is de giraf hoger dan de olifant?

Het goede antwoord is D. Het gaat om het verschil, dus je trekt af: 5,4 − 3,2 = 2,2 meter.
Vraag 5

De zwemles begint om 16.45 uur en duurt 40 minuten. Hoe laat is de les afgelopen?

Het goede antwoord is B. Na 15 minuten is het 17.00 uur. Van de 40 minuten blijven er 25 over. De les is dus om 17.25 uur afgelopen.
Vraag 6

Noa heeft 14 stickers. Ruben heeft er 9 meer dan Noa. Hoeveel stickers hebben ze samen?

Het goede antwoord is C. Ruben heeft 14 + 9 = 23 stickers. Samen hebben ze 14 + 23 = 37 stickers.

Veelgestelde vragen

Wat leren kinderen over redactiesommen in groep 7?

In groep 7 worden verhaalsommen langer en komen er grotere getallen, geld, tijd, kommagetallen en eenvoudige breuken in voor. Kinderen leren ook sommen met twee stappen op te lossen.

Wat doe je als een deelsom in een verhaal niet precies uitkomt?

Dan kijk je naar de situatie. Moet iedereen mee, zoals bij auto's of groepjes, dan rond je naar boven af. Vraag je hoeveel volle zakjes je kunt maken, dan rond je naar beneden af.

Helpen signaalwoorden bij redactiesommen?

Woorden als samen, over, elk en verdelen geven een hint, maar ze zijn geen vaste regel. Je kind moet altijd begrijpen wat er in het verhaal gebeurt.

Hoeveel tijd moet je thuis aan redactiesommen besteden in groep 7?

Een paar sommen, twee keer per week, is ruim genoeg. Belangrijker dan het aantal is dat je kind elke som rustig leest en uitlegt hoe het rekent.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8