Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Inhoud berekenen: van balk en kubus naar liters

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Inhoud berekenen doe je bij een balk met lengte × breedte × hoogte. Een doos van 40 cm × 30 cm × 20 cm heeft een inhoud van 24.000 cm³. Omdat 1 liter precies 1 dm³ is, en 1 dm³ = 1000 cm³, past daar 24 liter in.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Wat is inhoud?

Inhoud is hoeveel ruimte er in iets zit, of hoeveel erin past. Hoeveel water past er in een bad? Hoeveel zand gaat er in een zandbak? Inhoud berekenen doe je met drie maten: lengte, breedte en hoogte. Dat is het verschil met oppervlakte, waar je maar twee maten gebruikt.

Je kunt inhoud zien als het aantal blokjes dat in een ruimte past. Een blokje van 1 cm bij 1 cm bij 1 cm heet een kubieke centimeter, 1 cm³. Een blokje van 1 dm bij 1 dm bij 1 dm is een kubieke decimeter, 1 dm³. En een kubus van 1 m bij 1 m bij 1 m is een kubieke meter, 1 m³. Bij vloeistoffen gebruik je meestal liters, en die passen precies in dit rijtje.

Inhoud berekenen van een balk en een kubus

Een balk is een doos met rechte hoeken, zoals een schoenendoos of een pak melk. De regel is: inhoud = lengte × breedte × hoogte. Je kunt het ook zo zien: eerst reken je uit hoeveel blokjes er op de bodem passen (lengte × breedte), en dan hoeveel van die lagen er op elkaar passen (keer de hoogte).

Een doos van 40 cm lang, 30 cm breed en 20 cm hoog heeft een inhoud van 40 × 30 × 20 = 24.000 cm³. Een kubus is een balk waarvan alle ribben even lang zijn. Een kubus met ribben van 4 cm heeft een inhoud van 4 × 4 × 4 = 64 cm³.

Inhoud berekenen in liters

Het belangrijkste om te onthouden: 1 liter is precies 1 dm³. Een liter past dus in een kubus van 10 cm bij 10 cm bij 10 cm. Daaruit volgen nog twee handige regels: 1 cm³ is 1 ml, en 1 m³ is 1000 liter.

Kubieke maatIs gelijk aanHandig om te weten
1 m³1000 dm³ = 1000 literEen kubus van 1 m bij 1 m bij 1 m
1 dm³1 literEen pak melk van 1 liter
1 cm³1 mlEen blokje van 1 cm bij 1 cm bij 1 cm
1 liter10 dl = 100 cl = 1000 mlEen glas is ongeveer 2 tot 2,5 dl

De slimste manier om inhoud in liters uit te rekenen: zet alle maten eerst om naar decimeters. Dan komt er meteen dm³ uit, en dat zijn liters. De doos van hierboven is 4 dm bij 3 dm bij 2 dm. Dat is 4 × 3 × 2 = 24 dm³, dus 24 liter. Het kan ook via centimeters: 24.000 cm³ = 24.000 ml = 24 liter. Hoe je maten omrekent, lees je bij metriek stelsel.

Uitgewerkt voorbeeld: hoeveel liter potgrond?

Een plantenbak is 80 cm lang, 25 cm breed en 30 cm hoog. Hoeveel liter potgrond past erin?

  1. Zet alle maten om naar decimeters: 8 dm, 2,5 dm en 3 dm.
  2. Vermenigvuldig: 8 × 2,5 = 20, en 20 × 3 = 60.
  3. Dat is 60 dm³, en 1 dm³ is 1 liter. Er past dus 60 liter potgrond in.
  4. Controleer via centimeters: 80 × 25 × 30 = 60.000 cm³. Dat is 60.000 ml, en dat is ook 60 liter. Het klopt.

Een maat terugrekenen

Soms weet je de inhoud al en zoek je een van de maten. Dan reken je terug. Een doos heeft een inhoud van 36 liter. De bodem is 4 dm bij 3 dm. Hoe hoog is de doos? De bodem is 4 × 3 = 12 dm². De hoogte is dan 36 : 12 = 3 dm, dus 30 cm. Controle: 4 × 3 × 3 = 36. Het klopt.

Inhoud van een cilinder

Voor wie verder wil: ook bij een blik of een ronde emmer kun je de inhoud uitrekenen. De regel is dezelfde als bij een balk: oppervlakte van de bodem × hoogte. Alleen is de bodem nu een cirkel, met een oppervlakte van π × straal × straal. Een blik met een straal van 4 cm en een hoogte van 10 cm heeft een inhoud van ongeveer 3,14 × 4 × 4 × 10 = 502,4 cm³. Dat is ruim een halve liter. Niet elke school behandelt dit al in groep 8.

Veelgemaakte fouten bij inhoud berekenen

  • Maten in verschillende eenheden. 2 m × 50 cm × 30 cm kun je niet zomaar vermenigvuldigen. Maak er eerst 20 dm × 5 dm × 3 dm van: 300 liter.
  • Bij het omrekenen met 10 of 100 vermenigvuldigen. Bij kubieke maten is elke stap × 1000. Een m³ is 1000 liter, niet 100.
  • Maar twee maten gebruiken. Dan reken je de oppervlakte van de bodem uit, niet de inhoud.
  • Cl en dl verwarren. Een deciliter is 100 ml, een centiliter is 10 ml. Er gaan dus 10 cl in 1 dl.
  • Vergeten wat er gevraagd wordt. Is de bak maar half vol? Dan moet je de inhoud nog door 2 delen.

Inhoud berekenen in het dagelijks leven

Inhoud kom je overal tegen: in recepten, bij het tanken, bij de inhoud van een koelkast of een rugzak, bij een regenton en bij potgrond. In rekensommen voor groep 8 zie je vaak een situatie waarin je eerst de inhoud uitrekent en daarna nog een stap zet. Bijvoorbeeld: hoeveel emmers van 10 liter heb je nodig om een bak te vullen? Of: hoeveel kost het water als je weet wat een kubieke meter kost? Laat je kind bij zulke sommen eerst opschrijven welke stappen nodig zijn, voordat het gaat rekenen.

Zo oefen je thuis

  • Meet een leeg pak melk of sap van 1 liter op en reken de inhoud uit in cm³. Je komt in de buurt van 1000 cm³, want er zit 1 liter in.
  • Vul een maatbeker en giet hem leeg in een doosje waarvan je de maten hebt uitgerekend. Klopt de berekening?
  • Bouw met blokjes een kleine balk en tel ze. Reken daarna uit hoeveel het er volgens lengte × breedte × hoogte moeten zijn.
  • Laat je kind etiketten lezen: 33 cl, 1,5 l, 250 ml. Welke fles bevat het meest?

Inhoud bouwt voort op oppervlakte berekenen, dus begin daar als de bodem van de balk nog lastig is. Bij inhoud reken je vaak met kommagetallen. Twijfelt je kind daarover, kijk dan bij kommagetallen. En wil je zien hoe je kind er nu voor staat, doe dan de gratis oefentoets.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Een schoenendoos is 30 cm lang, 20 cm breed en 12 cm hoog. Wat is de inhoud?

Het goede antwoord is C. Inhoud = lengte × breedte × hoogte = 30 × 20 × 12 = 7200 cm³. Bij 62 heb je de drie maten opgeteld in plaats van vermenigvuldigd.
Vraag 2

Hoeveel liter is 2,5 m³?

Het goede antwoord is A. 1 m³ is 1000 liter. Dan is 2,5 m³ gelijk aan 2,5 × 1000 = 2500 liter.
Vraag 3

Een bak is 5 dm lang, 4 dm breed en 3 dm hoog. Hij is voor de helft gevuld met water. Hoeveel liter water zit erin?

Het goede antwoord is D. De hele bak is 5 × 4 × 3 = 60 dm³, en dat is 60 liter. Hij is half vol, dus er zit 60 : 2 = 30 liter in.
Vraag 4

Welke hoeveelheid is het grootst?

Het goede antwoord is B. Zet alles om naar ml: 1,5 liter = 1500 ml, 16 dl = 1600 ml, 1400 cm³ = 1400 ml en 155 cl = 1550 ml. 16 dl is dus het meest.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de inhoud van een balk?

Vermenigvuldig de lengte, de breedte en de hoogte met elkaar. Zorg wel dat alle drie de maten in dezelfde eenheid staan.

Hoeveel liter is 1 m³?

1 m³ is 1000 liter. Een kubieke meter is namelijk 10 dm bij 10 dm bij 10 dm, en dat zijn 1000 kubieke decimeters van elk 1 liter.

Hoe reken je cm³ om naar liters?

Deel het aantal cm³ door 1000. Zo is 3500 cm³ gelijk aan 3,5 liter, want 1 cm³ is 1 ml en 1000 ml is 1 liter.

Wat is het verschil tussen inhoud en oppervlakte?

Oppervlakte reken je met twee maten en schrijf je in cm² of m². Inhoud reken je met drie maten en schrijf je in cm³, m³ of liters.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8