Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Voltooid deelwoord: wat is het en hoe schrijf je het?

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Een voltooid deelwoord is de werkwoordsvorm die laat zien dat iets klaar is, zoals 'gewerkt' of 'gezwommen'. Bij zwakke werkwoorden zet je ge- voor de stam en een t of d erachter; 't kofschip beslist welke. Begint het werkwoord met be-, ge-, her-, er-, ont- of ver-, dan komt er geen ge- voor.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Een voltooid deelwoord is de vorm van een werkwoord die laat zien dat iets klaar is, zoals gewerkt, gezwommen of opgeruimd. Je gebruikt het meestal samen met hebben, zijn of worden: Ik heb mijn kamer opgeruimd. Het lastige zit in de laatste letter: is het een t of een d? Op deze pagina lees je hoe je een voltooid deelwoord maakt, wanneer er geen ge- voor komt en wat er gebeurt als het voor een zelfstandig naamwoord staat.

Wat is een voltooid deelwoord?

Het woord zegt het eigenlijk al: voltooid betekent af, klaar. Een voltooid deelwoord laat zien dat een handeling voorbij is. Het verandert niet mee met het onderwerp of de tijd. Kijk maar:

  • Ik heb gewerkt.
  • Zij hebben gewerkt.
  • Wij hadden gewerkt.

Het hulpwerkwoord verandert wel (heb, hebben, hadden). Dat is de persoonsvorm. Het voltooid deelwoord blijft hetzelfde. Meer over het verschil lees je bij de persoonsvorm.

Je komt het voltooid deelwoord tegen:

  • in de voltooide tijden, met hebben of zijn: Wij zijn naar het strand gefietst.
  • in zinnen met worden: De fiets wordt gerepareerd.
  • voor een zelfstandig naamwoord: de opgeruimde kamer.

Hoe maak je een voltooid deelwoord?

Zwakke werkwoorden: ge + stam + t of d

Bij de meeste werkwoorden zet je ge- voor de stam en een t of d erachter. Welke van de twee, bepaal je met 't kofschip. Eindigt de stam op t, k, f, s, ch of p, dan wordt het een t. Anders een d. Een handige controle: kijk naar de verleden tijd. Eindigt die op -te, dan eindigt het deelwoord op t. Eindigt die op -de, dan op d.

Hele werkwoordStamVerleden tijdVoltooid deelwoord
werkenwerkwerktegewerkt
trainentraintraindegetraind
wachtenwachtwachttegewacht
landenlandlanddegeland
levenleefleefdegeleefd
verhuizenverhuisverhuisdeverhuisd

Kijk naar wachten en landen: de stam eindigt al op een t of d. Dan komt er niets meer bij. Dus gewacht, niet gewachtt, en geland, niet gelandd. Bij leven en verhuizen kijk je naar de v en z in het hele werkwoord. Die zitten niet in 't kofschip, dus het wordt een d. Uitgebreide uitleg over 't kofschip vind je bij de verleden tijd en 't kofschip.

Sterke werkwoorden: meestal op -en

Sterke werkwoorden veranderen van klank en eindigen meestal op -en: zingen, zong, gezongen en schrijven, schreef, geschreven. Er zijn ook werkwoorden die anders werken, zoals kopen, kocht, gekocht en denken, dacht, gedacht. Deze vormen leer je uit je hoofd. Twijfel je, zoek ze dan op in de Woordenlijst Nederlandse Taal.

Wanneer krijgt een voltooid deelwoord geen ge-?

Begint een werkwoord met be-, ge-, her-, er-, ont- of ver-, dan komt er geen ge- voor:

  • betalen: ik heb betaald
  • gebeuren: het is gebeurd
  • herhalen: ik heb het herhaald
  • ontdekken: zij heeft het ontdekt
  • vergeten: ik ben het vergeten

Bij werkwoorden die je kunt splitsen, zoals opruimen (ik ruim op) en aankomen (wij komen aan), komt ge- in het midden: opgeruimd, aangekomen.

Engelse werkwoorden

Engelse werkwoorden krijgen een Nederlands voltooid deelwoord. De stam is het Engelse woord, en je kijkt naar de klank die je aan het eind hoort. Een paar voorbeelden zoals ze in de Woordenlijst staan: scoren wordt gescoord, liken wordt geliket en upgraden wordt geüpgraded. Bij die laatste zie je ook een trema, omdat de e en de u anders samen als één klank gelezen worden.

Het voltooid deelwoord voor een zelfstandig naamwoord

Staat het voltooid deelwoord voor een zelfstandig naamwoord, dan gebruik je het als bijvoeglijk naamwoord. Er komt dan meestal een e achter: de geverfde deur, de opgeruimde kamer, het gerepareerde dak. Eindigt het deelwoord op -en, dan komt er geen e bij: de gesloten deur, het gebroken glas.

Hier gaat het vaak mis bij werkwoorden met een stam op d. Het deelwoord van verbranden is verbrand. Met een e erachter wordt dat verbrande, met één d: de verbrande pizza. De vorm verbrandde met twee d's is de verleden tijd: De pizza verbrandde in de oven.

Voltooid deelwoord of persoonsvorm?

Sommige vormen klinken precies hetzelfde. Vergelijk:

  • Wat gebeurt er? Hier is gebeurt de persoonsvorm: stam + t.
  • Wat is er gebeurd? Hier is gebeurd het voltooid deelwoord, bij is.

Twijfel je, zet de zin dan in een andere tijd. Verandert het woord, dan is het de persoonsvorm. Blijft het hetzelfde, dan is het een voltooid deelwoord. Bij Wat is er gebeurd? verandert alleen is in was; gebeurd blijft staan.

Veelgemaakte fouten

  • Een t schrijven waar een d hoort: getraint moet getraind zijn, want trainde.
  • Ge- toevoegen bij ver- of be-: geverhuisd moet verhuisd zijn.
  • Een letter te veel: gewachtt moet gewacht zijn.
  • Persoonsvorm en deelwoord verwisselen: Het is gebeurt moet Het is gebeurd zijn.

Zo oefen je het voltooid deelwoord thuis

Vraag je kind aan het eind van de dag: wat heb je vandaag gedaan? Laat het antwoord opschrijven in zinnen met heb of ben, zoals Ik heb getraind en Ik ben naar school gefietst. Onderstreep daarna samen elk voltooid deelwoord en controleer de laatste letter met de verleden tijd. Maak er een spelletje van door om de beurt een werkwoord te noemen waarvan de ander het deelwoord moet zeggen en spellen.

Het voltooid deelwoord heb je ook nodig voor de voltooide tijden. Daarover lees je meer bij de voltooid verleden tijd. Wil je oefenen, ga dan naar werkwoordspelling oefenen.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Welk woord hoort op de puntjes? Ik ben enorm ... van dat harde geluid. (schrikken)

Het goede antwoord is C. 'Schrikken' in de betekenis van bang worden is een sterk werkwoord: schrikken, schrok, geschrokken. Sterke werkwoorden eindigen in het voltooid deelwoord meestal op -en.
Vraag 2

Welk woord hoort op de puntjes? Ik heb de hele middag op je ... (wachten)

Het goede antwoord is D. De stam 'wacht' eindigt al op een t. Dan komt er geen extra t of d bij: 'gewacht'.
Vraag 3

Welk woord hoort op de puntjes? Mijn tante heeft haar keuken ... (verbouwen)

Het goede antwoord is B. Het werkwoord begint met ver-, dus er komt geen ge- voor. De stam 'verbouw' eindigt op een w, die niet in 't kofschip zit. Dus 'verbouwd'.
Vraag 4

Welk woord hoort op de puntjes? Het ... pakket kwam een dag te laat. (bestellen)

Het goede antwoord is A. Het deelwoord is 'besteld'. Voor een zelfstandig naamwoord komt er een e achter: 'bestelde'. Je schrijft één l, net als in de stam 'bestel'.

Veelgestelde vragen

Wat is een voltooid deelwoord?

Een voltooid deelwoord is de werkwoordsvorm die laat zien dat iets af is, zoals 'gefietst' of 'gelopen'. Je gebruikt het meestal met hebben, zijn of worden.

Schrijf je een voltooid deelwoord met een d of een t?

Kijk naar de verleden tijd. Eindigt die op -te, zoals 'werkte', dan eindigt het deelwoord op t: 'gewerkt'. Eindigt die op -de, zoals 'trainde', dan op d: 'getraind'.

Wanneer komt er geen ge- voor het voltooid deelwoord?

Als het werkwoord begint met be-, ge-, her-, er-, ont- of ver-, zoals 'betaald' en 'verhuisd'. Bij werkwoorden als 'opruimen' komt ge- in het midden: 'opgeruimd'.

Is het voltooid deelwoord hetzelfde als de verleden tijd?

Nee. De verleden tijd is een persoonsvorm, zoals 'hij werkte'. Het voltooid deelwoord staat bij een hulpwerkwoord, zoals 'hij heeft gewerkt'.

Meer over taal en taalverzorging voor de doorstroomtoets

Bronnen