Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Ei of ij, au of ou: zo schrijf je het goed

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Of je ei of ij schrijft, en au of ou, kun je niet horen: ze klinken hetzelfde. Er is geen regel die voor alle woorden werkt, dus de meeste woorden moet je onthouden. Wel helpen vaste stukjes: -lijk schrijf je altijd met ij en -heid altijd met ei.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Waarom is ei of ij zo lastig?

Ei of ij: bij veel woorden twijfelen kinderen, en volwassenen trouwens ook. Zeg trein en klein maar eens hardop, en daarna fijn en lijn. Je hoort vier keer dezelfde klank, maar je schrijft twee keer ei en twee keer ij. In de gewone uitspraak van het Nederlands klinken ei en ij precies hetzelfde. Hetzelfde geldt voor au en ou: blauw en vrouw rijmen gewoon.

Op school heten ze vaak de korte ei en de lange ij, naar hoe de letters eruitzien: de ij steekt onder de regel uit. Bij au en ou spreken veel kinderen van de au van auto en de ou van oud.

Bij ei of ij en au of ou kun je niet zoals bij d of t een regel volgen die altijd werkt. Het gaat om het woordbeeld: je moet onthouden hoe het woord eruitziet. Dat klinkt lastig, maar met een paar vaste stukjes en slimme trucs kom je al een heel eind.

Vaste stukjes die je altijd hetzelfde schrijft

Sommige stukjes aan het eind van een woord schrijf je altijd op dezelfde manier. Die kun je dus wel als regel leren.

StukjeSchrijf je metVoorbeelden
-lijkijvriendelijk, moeilijk, duidelijk, gevaarlijk
-heideigezondheid, waarheid, vrijheid, eenheid
-erijijbakkerij, drukkerij, slagerij, visserij

Let op bij -lijk. Je zegt eigenlijk iets als luk, maar je schrijft altijd lijk. En kijk eens naar vrijheid: daar staan ze allebei in. Vrij met ij, en -heid met ei.

Handige trucs voor ei of ij

  1. Kijk naar de verleden tijd. Wordt de klank in de verleden tijd een ee, dan schrijf je in het hele werkwoord ij. Blijven wordt bleef, kijken wordt keek, schrijven wordt schreef, snijden wordt sneed, krijgen wordt kreeg.
  2. Zoek een familiewoord. Woorden uit dezelfde familie schrijf je op dezelfde manier. Weet je hoe je wijs schrijft, dan weet je ook wijsheid en wijzer. Weet je trein, dan ook treinkaartje.
  3. Let op woordparen. Sommige woorden klinken hetzelfde maar betekenen iets anders. Steil (een steile helling) is iets anders dan stijl (je eigen stijl). Mei is een maand, mij zeg je over jezelf. De wei is een weiland, wij zeg je over jezelf en anderen samen.
  4. Maak rijtjes. Schrijf de woorden die je vaak fout doet in twee kolommen: een kolom ei en een kolom ij. Hang het lijstje op een plek waar je kind het vaak ziet.

IJ als hoofdletter

Begint een woord met ij en moet er een hoofdletter komen, dan schrijf je allebei de letters als hoofdletter: IJsland, IJmuiden, IJs is lekker. Bij andere lettercombinaties is dat niet zo: je schrijft Eindhoven en Oegstgeest, met alleen de eerste letter als hoofdletter. Meer over hoofdletters lees je op de pagina hoofdletters.

Handige trucs voor au of ou

Ook bij au of ou is er geen regel die altijd werkt. Wat wel helpt, is een rijtje met veelgebruikte au-woorden uit je hoofd leren. Dan weet je: staat het woord niet in het rijtje, dan is het waarschijnlijk ou.

  • Woorden met au: auto, augustus, blauw, gauw, flauw, lauw, nauw, pauw, saus, pauze, paus, dauw, klauw, kauwen.
  • Woorden met ou: oud, goud, hout, zout, fout, bout, mouw, touw, trouw, jouw, bouwen, houden, schouder, kous.

Let ook op woorden die eindigen op een w. Zowel -auw als -ouw komt voor: blauw, gauw en flauw, maar vrouw, mouw en touw. Ook daar helpt alleen onthouden.

Ook hier helpen familiewoorden: blauw, blauwe, blauwtje. En er zijn woordparen: de kou (het is koud) en de kauw (een zwarte vogel) klinken hetzelfde.

Veelgemaakte fouten

  • vriendeluk of vriendelek in plaats van vriendelijk: -lijk schrijf je altijd met ij, hoe je het ook uitspreekt.
  • gezondhijd in plaats van gezondheid: -heid altijd met ei.
  • Ijsland in plaats van IJsland: de ij krijgt twee hoofdletters.
  • fein in plaats van fijn, of trijn in plaats van trein. Dit zijn woorden die je gewoon moet onthouden.
  • sous in plaats van saus, of zaut in plaats van zout.

Twijfel je? Zoek het op

Weet je het echt niet zeker, zoek het woord dan op in een woordenboek of in de Woordenlijst Nederlandse Taal op woordenlijst.org. Daar staat de officiƫle spelling van bijna elk Nederlands woord. Kijk samen met je kind hoe je zoekt: als je het woord met ei niet vindt, probeer je het met ij. Zo wordt opzoeken een gewoonte, en die gewoonte helpt later ook in de brugklas.

Komt ei of ij terug op de doorstroomtoets?

Op de doorstroomtoets valt dit onder taalverzorging, bij de spelling van woorden die geen werkwoord zijn. In de voorbeeldtoets van Cito staan bijvoorbeeld vragen waarin je moet kiezen welk woord goed gespeld is. Welke woorden er precies in een toets staan, weet niemand van tevoren. Daarom heeft het weinig zin om lange lijsten te stampen. Beter is het om de vaste stukjes te kennen en de woorden die je kind vaak gebruikt, foutloos te kunnen schrijven.

Zo oefen je ei of ij en au of ou thuis

  • Woordkaartjes. Schrijf een woord op een kaartje met puntjes op de plek van de klank: tr..n, f..n, bl..w. Je kind vult aan en draait het kaartje om ter controle.
  • Kort dictee. Lees vijf zinnen voor met een paar ei-, ij-, au- en ou-woorden erin. Bespreek de fouten met de trucs van deze pagina.
  • Rijmzinnen maken. Laat je kind zinnen verzinnen met woorden die rijmen maar anders geschreven worden, zoals Mijn kleine broertje vindt de trein fijn. Hoe gekker, hoe beter het blijft hangen.
  • Lezen. Wie veel leest, ziet woorden vaak en onthoudt het woordbeeld vanzelf.

Meer manieren om spelling te oefenen vind je op spelling oefenen en spelling in groep 8. Of doe eerst de gratis oefentoets om te zien waar je kind staat.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Welk woord is goed geschreven?

Het goede antwoord is C. Het stukje -lijk aan het eind van een woord schrijf je altijd met ij, ook al zeg je iets als 'luk'. Dus: vriendelijk.
Vraag 2

Welk woord hoort op de puntjes? 'Mijn opa heeft een ... trap naar de zolder.'

Het goede antwoord is B. Een trap die bijna rechtop staat, is steil. Dat schrijf je met ei. 'Stijl' met ij betekent iets anders, bijvoorbeeld je eigen manier van kleden.
Vraag 3

Welke zin is helemaal goed gespeld?

Het goede antwoord is A. Saus schrijf je met au en zout met ou. Saus staat in het rijtje met au-woorden dat je kunt leren.
Vraag 4

Hoe schrijf je de naam van dit land goed?

Het goede antwoord is D. Een landnaam krijgt een hoofdletter. Begint het woord met ij, dan worden allebei de letters een hoofdletter: IJsland.

Veelgestelde vragen

Is er een regel voor ei of ij?

Er is geen regel die voor alle woorden werkt. Wel schrijf je -lijk altijd met ij en -heid altijd met ei, en wordt de klank in de verleden tijd ee, dan is het ij: blijven, bleef.

Waarom schrijf je -lijk met ij als je 'luk' zegt?

Dat is een vaste afspraak in de Nederlandse spelling. Hoe je het ook uitspreekt, het achtervoegsel -lijk schrijf je altijd met ij, zoals in vrolijk en moeilijk.

Hoe onthoud je of een woord met au of ou is?

Leer een rijtje veelgebruikte au-woorden, zoals auto, blauw, gauw, saus en pauze. Staat een woord niet in je rijtje, dan is de kans groot dat het met ou is.

Schrijf je IJsland met twee hoofdletters?

Ja. De ij krijgt als hoofdletter altijd allebei de letters in hoofdletters: IJsland, IJmuiden. Bij andere letterparen, zoals ei in Eindhoven, krijgt alleen de eerste letter een hoofdletter.

Meer over taal en taalverzorging voor de doorstroomtoets

Bronnen