Meervoud: de regels voor -en, -s en 's
Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer
De meeste woorden krijgen in het meervoud -en, zoals boek en boeken. Woorden die eindigen op een toonloze -el, -em, -en, -er of -je krijgen meestal -s, zoals lepels en meisjes. Eindigt een woord op a, i, o, u of y, dan schrijf je 's: oma's, taxi's, foto's, paraplu's en hobby's.
Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten
Het meervoud gebruik je als er meer dan één van iets is: één boek, twee boeken. Bij de meeste woorden gaat dat vanzelf, maar bij de spelling twijfelen veel kinderen. Komt er -en of -s achter? Wanneer zet je een apostrof? En waarom is het huizen met een z, maar kousen met een s? Hieronder staan alle regels voor het meervoud op een rij, met voorbeelden en de uitzonderingen die je moet onthouden.
Regels voor het meervoud: -en of -s?
Er zijn twee gewone uitgangen voor het meervoud: -en en -s. Welke het wordt, hoor je meestal als je het woord hardop zegt.
Meestal -en
Het grootste deel van de woorden krijgt -en: boek, boeken, hand, handen, trein, treinen, vriend, vrienden.
-s bij -el, -em, -en, -er en -je
Eindigt een woord op een toonloze lettergreep met -el, -em, -en, -er of -je, dan wordt het meervoud meestal -s. Toonloos betekent dat je die laatste lettergreep zacht uitspreekt, met een uh-klank.
- lepel, lepels en tafel, tafels
- bezem, bezems
- deken, dekens en jongen, jongens
- bakker, bakkers en vinger, vingers
- meisje, meisjes en elk ander verkleinwoord
Ook veel woorden uit het Engels krijgen -s: computers, e-mails.
Wanneer schrijf je 's in het meervoud?
Eindigt een woord op een a, i, o, u of y, dan krijgt het meervoud een apostrof en een s. Zonder apostrof zou je de laatste klank kort kunnen lezen: fotos rijmt dan op vos.
- oma, oma's
- taxi, taxi's
- foto, foto's en kano, kano's
- paraplu, paraplu's
- hobby, hobby's
Geen apostrof bij een woord op een toonloze -e: tante, tantes. Ook niet bij een é: café, cafés. De klank verandert daar niet, dus de apostrof is niet nodig.
Meervoud met een trema
Eindigt een woord op -ee of op een -ie met de klemtoon, dan krijgt het meervoud -ën met een trema: zee, zeeën, knie, knieën, industrie, industrieën. Het trema laat zien dat er een nieuwe klank begint. Ligt de klemtoon niet op de -ie, dan wordt het meestal -s: familie, families.
Zo spel je het meervoud op -en
Bij -en verandert de spelling van het woord zelf soms. Dat komt door de regels voor lettergrepen.
| Enkelvoud | Meervoud | Wat gebeurt er? |
|---|---|---|
| bal | bal-len | Korte klank: de medeklinker wordt dubbel. |
| pen | pen-nen | Korte klank: de medeklinker wordt dubbel. |
| boom | bo-men | Lange klank aan het eind van de lettergreep: één o. |
| raam | ra-men | Lange klank aan het eind van de lettergreep: één a. |
| brief | brie-ven | Je hoort een v, dus f wordt v. |
| huis | hui-zen | Je hoort een z, dus s wordt z. |
| kous | kou-sen | Je hoort een s, dus de s blijft. |
Het wisselen van f naar v en van s naar z gebeurt alleen als je het hoort. Zeg het woord dus hardop. Duiven, wolven, muizen, rozen en laarzen hebben een v of z. Prinsen en kousen houden de s.
Onregelmatig meervoud: deze moet je onthouden
Sommige woorden houden zich niet aan de regels. Die moet je gewoon kennen.
- Korte klank wordt lang: dag, dagen, weg, wegen, glas, glazen, bad, baden, gat, gaten, slot, sloten. Je zegt da-gen met een lange a, dus geen dubbele g.
- De klinker verandert: stad, steden, schip, schepen, lid, leden.
- Met -eren: kind, kinderen, ei, eieren, kalf, kalveren.
- Met -heden: mogelijkheid, mogelijkheden.
Twee vormen die allebei goed zijn
Bij sommige woorden mogen -en en -s allebei. Volgens het Groene Boekje zijn groenten en groentes goed, net als ziekten en ziektes en leraren en leraars. Schrijft je kind de andere vorm, dan is dat dus niet fout.
Stappenplan: hoe vind je het goede meervoud?
- Zeg het meervoud hardop. Hoor je aan het eind -en of -s?
- Hoor je -s? Eindigt het woord op a, i, o, u of y? Dan wordt het 's. Anders gewoon -s.
- Hoor je -en? Verdeel het woord in klankgroepen. Is de klank kort, dan verdubbel je de medeklinker. Is hij lang, dan schrijf je één klinker.
- Luister naar de f en de s. Hoor je een v of een z, schrijf die dan ook.
- Twijfel je nog? Zoek het woord op in de Woordenlijst (het Groene Boekje), daar staat bij elk woord het meervoud.
Veelgemaakte fouten
- tante's in plaats van tantes: een apostrof na een toonloze e is fout.
- fotos of paraplus zonder apostrof.
- daggen en glassen: de klank wordt in het meervoud lang.
- kouzen omdat huizen ook een z heeft. Luister altijd naar het woord zelf.
Het meervoud komt ook terug bij andere spellingregels. Bij de tussen-n in samenstellingen kijk je naar het meervoud van het eerste woord, en verkleinwoorden krijgen altijd -s, zoals je leest bij verkleinwoorden. Over de apostrof als leesteken vind je meer bij leestekens.
Zo oefen je het meervoud thuis
Speel het spel één, twee: jij noemt een woord in het enkelvoud, je kind zegt en spelt het meervoud. Kies een mix van makkelijke woorden en uitzonderingen, zoals muis, kous, dag, taxi en tante. Laat je kind bij elke fout de regel noemen die erbij hoort. Na een paar keer herkent het zelf welke woorden extra aandacht nodig hebben, en daar oefen je de volgende keer mee verder.
Meervoud op de doorstroomtoets
Het meervoud hoort bij taalverzorging. In oefenvragen moet je kind vaak de goede schrijfwijze kiezen uit vier vormen die erg op elkaar lijken, of zoeken in welke zin alle meervouden goed zijn. Het stappenplan hierboven helpt dan. Oefen ook met woorden in een zin, want daar let je minder goed op dan bij een los woord. Meer spellingoefening vind je bij spelling oefenen, en in de gratis oefentoets zie je hoe taalvragen eruitzien.
Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg
Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.
Veelgestelde vragen
Wanneer krijgt een meervoud een apostrof?
Als het woord eindigt op a, i, o, u of y, zoals oma's, taxi's, foto's, paraplu's en hobby's. Bij een woord op een toonloze e komt er geen apostrof: tantes.
Wat is het meervoud van leraar?
Leraren en leraars zijn allebei goed volgens het Groene Boekje.
Is het groenten of groentes?
Allebei mag. Het Groene Boekje geeft groenten en groentes als goede meervouden.
Waarom is het dagen en niet daggen?
Dag is een uitzondering. In het meervoud wordt de korte a een lange a, je zegt da-gen. Bij een lange klank verdubbel je de medeklinker niet.