Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Romeinse cijfers: lezen, schrijven en omrekenen

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

Romeinse cijfers gebruiken zeven letters: I = 1, V = 5, X = 10, L = 50, C = 100, D = 500 en M = 1000. Staat een kleiner teken rechts van een groter teken, dan tel je op: VI = 6. Staat het links, dan trek je af: IV = 4.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Wat zijn Romeinse cijfers?

Romeinse cijfers zijn de tekens waarmee de oude Romeinen getallen schreven. Ze gebruikten geen 1, 2 en 3 zoals wij, maar letters. Ook nu kom je Romeinse cijfers nog regelmatig tegen: op klokken, als jaartal op een gebouw, bij hoofdstukken in een boek, achter de naam van koningen zoals Willem III, en in de aftiteling van films. Het lezen ervan is een leuke puzzel die goed past bij rekenen in groep 7 en 8.

Romeinse cijfers tabel: de zeven tekens

Romeins tekenWaarde
I1
V5
X10
L50
C100
D500
M1000

Een ezelsbruggetje om de volgorde te onthouden: "Ik Vind Xylofoons Leuk, Cello's Doen Mee". De eerste letters zijn I, V, X, L, C, D en M, van klein naar groot. Bedenk gerust samen een eigen zin. Een zelfbedachte zin onthoud je vaak nog beter.

Opvallend: er is geen teken voor nul. De Romeinen hadden geen nul in hun getallen.

Hoe lees je Romeinse cijfers? De vier regels

Regel 1: van groot naar klein betekent optellen

Staan de tekens van groot naar klein, dan tel je ze bij elkaar op. VI = 5 + 1 = 6. LXX = 50 + 10 + 10 = 70. MDC = 1000 + 500 + 100 = 1600.

Regel 2: een klein teken voor een groot teken betekent aftrekken

Staat er een kleiner teken links van een groter teken, dan trek je het kleine teken af van het grote. IV = 5 − 1 = 4. IX = 10 − 1 = 9. XC = 100 − 10 = 90. CM = 1000 − 100 = 900.

Regel 3: hoogstens drie dezelfde tekens achter elkaar

I, X, C en M mogen hoogstens drie keer achter elkaar staan. Drie is III, maar vier schrijf je niet als IIII. Daarvoor gebruik je de aftrekregel: IV. Op sommige klokken zie je toch IIII staan. Dat is een oude gewoonte van klokkenmakers, maar volgens de gewone regels is IV de juiste schrijfwijze.

V, L en D herhaal je nooit. Tien schrijf je dus als X, niet als VV.

Regel 4: alleen vaste aftrekparen

Je mag niet zomaar elk klein teken voor een groot teken zetten. Alleen I, X en C kunnen aftrekken, en alleen van de twee tekens die er direct boven liggen:

AftrekpaarWaardeAftrekpaarWaarde
IV4XC90
IX9CD400
XL40CM900

Een veelgemaakte fout is 49 schrijven als IL. Dat mag niet, want I mag alleen voor V en X staan. 49 is 40 + 9, dus XL en IX: XLIX.

Romeinse cijfers omrekenen naar gewone getallen

Lees van links naar rechts en kijk steeds naar twee tekens tegelijk. Is het volgende teken groter, dan heb je een aftrekpaar. Zo niet, dan tel je het teken gewoon op.

Voorbeeld: MCMXLV.

  1. M is 1000. Het volgende teken, C, is kleiner. Dus gewoon 1000.
  2. C staat voor M. Dat is een aftrekpaar: CM = 900.
  3. X staat voor L. Weer een aftrekpaar: XL = 40.
  4. V is 5.
  5. Tel alles op: 1000 + 900 + 40 + 5 = 1945.

Een getal in Romeinse cijfers schrijven

Andersom werkt het met splitsen. Splits het getal in duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden. Schrijf elk deel apart in Romeinse cijfers en zet ze achter elkaar.

Uitgewerkt voorbeeld: het jaartal 2027

  1. Splits: 2027 = 2000 + 20 + 7.
  2. 2000 = MM.
  3. Er zijn geen honderdtallen. Daar schrijf je niets voor, want er is geen teken voor nul.
  4. 20 = XX.
  5. 7 = VII.
  6. Samen: MMXXVII.

Uitgewerkt voorbeeld: 1984

Splits in 1000 + 900 + 80 + 4. Dat wordt M + CM + LXXX + IV, dus MCMLXXXIV. Kijk hoe het splitsen voorkomt dat je verdwaalt in de lange rij letters.

Met de zeven gewone tekens kun je getallen schrijven tot en met 3999, MMMCMXCIX. Voor grotere getallen gebruikten de Romeinen extra tekens, maar die kom je bijna nooit tegen.

Veelgemaakte fouten met Romeinse cijfers

  • Vier tekens achter elkaar. XXXX voor 40 is fout, het is XL.
  • Verkeerde aftrekparen. IL, IC, VX en XM bestaan niet.
  • Van links naar rechts optellen zonder op te letten. Wie XIV leest als 10 + 1 + 5 = 16, mist dat IV samen 4 is. Het goede antwoord is 14.
  • D en M verwarren. Nederlandse kinderen denken bij D soms aan duizend. Maar D is 500 en M is 1000.
  • Het splitsen overslaan. Bij lange getallen raken kinderen sneller de weg kwijt. Splitsen en per deel schrijven helpt.

Zo oefen je thuis met Romeinse cijfers

  • Ga op jaartallenjacht. Veel oude gebouwen en kerken hebben een jaartal in Romeinse cijfers op de gevel. Wie het eerst ontcijfert, wint.
  • Schrijf samen de geboortejaren van de familie in Romeinse cijfers.
  • Kijk naar een klok met Romeinse cijfers. Hoe laat is het?
  • Nummer de hoofdstukken van een zelfgeschreven verhaal of de punten op een verlanglijstje in Romeinse cijfers.
  • Maak een geheimschrift: schrijf elkaar briefjes met getallen in Romeinse cijfers, bijvoorbeeld een paginanummer in een boek waar een verrassing ligt.

Romeinse cijfers en rekenen in groep 8

Romeinse cijfers zijn geen hoofdonderwerp van rekenen op de doorstroomtoets. Daar draait het vooral om getallen, verhoudingen, meten en meetkunde en verbanden. Toch is oefenen met Romeinse cijfers zinvol: je kind leert splitsen in duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden, en het moet precies werken. Dat helpt bij elk ander rekenonderwerp. Ook het herkennen van patronen in getallen, zoals bij priemgetallen en deelbaarheid, traint dat precieze kijken. Wil je de rekenvaardigheden oefenen die wel vaak terugkomen, kijk dan bij rekenen oefenen in groep 8 of doe de gratis oefentoets.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Welk getal is XLIV?

Het goede antwoord is C. XL is 50 − 10 = 40 en IV is 5 − 1 = 4. Samen is dat 44.
Vraag 2

Hoe schrijf je het jaartal 2026 in Romeinse cijfers?

Het goede antwoord is B. Splits 2026 in 2000 + 20 + 6. Dat is MM + XX + VI, dus MMXXVI.
Vraag 3

Welke schrijfwijze is fout?

Het goede antwoord is D. I mag alleen voor V en X staan om af te trekken. IL voor 49 bestaat dus niet. 49 schrijf je als XLIX.
Vraag 4

Op een gebouw staat het jaartal MCMXC. Welk jaar is dat?

Het goede antwoord is A. M is 1000, CM is 900 en XC is 90. Samen is dat 1000 + 900 + 90 = 1990.

Veelgestelde vragen

Hoe schrijf je 4 in Romeinse cijfers?

Vier schrijf je als IV: een I voor een V betekent 5 − 1. Op sommige klokken staat IIII, maar volgens de gewone regels is IV de juiste schrijfwijze.

Hoe schrijf je 2027 in Romeinse cijfers?

2027 is MMXXVII. Je splitst het getal in 2000 + 20 + 7, en dat is MM + XX + VII.

Is er een nul in Romeinse cijfers?

Nee, de Romeinen hadden geen teken voor nul. Heeft een getal geen honderdtallen of tientallen, dan schrijf je voor dat deel gewoon niets.

Wat is het grootste getal dat je met Romeinse cijfers kunt schrijven?

Met de zeven gewone tekens kom je tot 3999, geschreven als MMMCMXCIX. Voor grotere getallen bestonden extra tekens, maar die worden bijna nooit gebruikt.

Meer over rekenen voor de doorstroomtoets in groep 8