Naar de inhoud
Doorstroomtoetstrainer

Trappen van vergelijking: stellende, vergrotende en overtreffende trap

Bijgewerkt op 24-10-2026 · Doorstroomtoetstrainer

Kort antwoord

De trappen van vergelijking zijn drie vormen van een bijvoeglijk naamwoord: de stellende trap (snel), de vergrotende trap (sneller) en de overtreffende trap (snelst). De vergrotende trap maak je met -er, de overtreffende trap met -st. Na een vergrotende trap schrijf je 'dan': sneller dan mijn broer.

Doe de gratis oefentoets Bekijk de pakketten

Wat zijn de trappen van vergelijking?

Met de trappen van vergelijking vergelijk je dingen of mensen met elkaar. Is jouw tas zwaar, zwaarder dan die van je vriend, of de zwaarste van de hele klas? Elke stap is een trap. De trappen van vergelijking horen bij het bijvoeglijk naamwoord: bijna elk bijvoeglijk naamwoord heeft drie vormen. In groep 7 en 8 leer je hoe ze heten en hoe je ze goed schrijft.

De drie trappen op een rij

TrapWat zegt hij?Voorbeeld
Stellende trapDe gewone vorm, zonder vergelijking.Mijn rugzak is zwaar.
Vergrotende trapMeer dan iets anders.Jouw rugzak is zwaarder dan de mijne.
Overtreffende trapHet meest van allemaal.De rugzak van de meester is het zwaarst.

Een handig geheugensteuntje: bij de vergrotende trap vergelijk je twee dingen, bij de overtreffende trap kijk je wie of wat er van allemaal bovenaan staat.

Hoe maak je de vergrotende en de overtreffende trap?

De basisregel is eenvoudig. Voor de vergrotende trap zet je -er achter het woord, voor de overtreffende trap -st.

  • klein, kleiner, kleinst
  • snel, sneller, snelst
  • mooi, mooier, mooist

Bij de vergrotende trap komt er een lettergreep bij, en dan gelden dezelfde spellingregels als bij het meervoud. Bij de overtreffende trap zet je -st direct achter het gewone woord, dus daar verandert de spelling niet.

  1. Lange klank: één letter minder in de vergrotende trap. groot, groter, grootst. breed, breder, breedst.
  2. Korte klank: dubbele medeklinker in de vergrotende trap. dun, dunner, dunst. wit, witter, witst.
  3. f wordt v: lief, liever, liefst. braaf, braver, braafst.
  4. s wordt z: boos, bozer. grijs, grijzer.
  5. Woorden op -r: er komt een d bij in de vergrotende trap. duur, duurder, duurst. lekker, lekkerder, lekkerst. ver, verder, verst.

Woorden die op een s eindigen, zijn in de overtreffende trap lastig. Je schrijft er geen extra s bij, alleen een t. Dat klinkt vaak vreemd, en daarom kies je hier vaak voor meest: het grijste haar en het meest grijze haar zijn allebei goed.

Woorden die het anders doen

Een paar woorden houden zich niet aan de regels. Die moet je gewoon onthouden:

  • goed, beter, best
  • graag, liever, liefst
  • veel, meer, meest
  • weinig, minder, minst

Meer en meest

Soms gebruik je meer en meest in plaats van -er en -st. Dat doe je vooral bij voltooide deelwoorden die je als bijvoeglijk naamwoord gebruikt: het meest gelezen boek, niet het gelezenste boek. Ook bij lange woorden die met -st moeilijk uit te spreken zijn, zoals praktisch, kies je vaak voor meest: de meest praktische oplossing.

Gebruik nooit allebei tegelijk. Meer leuker en het meest leukste zijn fout. Kies leuker of het leukst.

Uitgewerkt voorbeeld: wie is het langst?

Daan is 1,52 meter, Noor is 1,47 meter en Yara is 1,58 meter.

  • Stellende trap: Daan, Noor en Yara zijn alle drie lang.
  • Vergrotende trap: Daan is langer dan Noor. Daan is 5 centimeter langer.
  • Overtreffende trap: Yara is het langst. Of: Yara is de langste van de drie.

Zulke zinnen kom je ook tegen bij rekenen, bijvoorbeeld als je een tabel moet lezen en moet zeggen wie de meeste punten heeft. Op de pagina grafieken en tabellen lezen oefen je dat.

Trappen van vergelijking bij bijwoorden

Niet alleen bijvoeglijke naamwoorden hebben trappen van vergelijking. Ook sommige bijwoorden, die iets zeggen over een werkwoord, kun je zo vergelijken. Mijn broer fietst snel. Mijn zus fietst sneller. Ik fiets het snelst. Hier zegt snel iets over hoe er gefietst wordt. Een ander voorbeeld is vaak, vaker, vaakst: Ik lees vaker dan vorig jaar. De regels voor de spelling zijn precies hetzelfde als bij het bijvoeglijk naamwoord. Een bijwoord in de vergrotende trap krijgt geen -e: Ik fiets sneller dan jij.

Groter dan of groter als?

Na een vergrotende trap gebruik je in verzorgde taal dan: groter dan, liever dan, moeilijker dan. Dat geldt ook na anders: iets anders dan.

Als gebruik je als twee dingen gelijk zijn, na even of zo: even groot als, net zo snel als.

In spreektaal hoor je vaak groter als. Veel mensen zeggen het, maar in verzorgde spreek- en schrijftaal wordt het afgeraden. Op school en in toetsen kies je dus voor dan. Een ezelsbruggetje: is er verschil, dan gebruik je dan.

Het mooist of het mooiste?

Staat er een zelfstandig naamwoord achter, dan krijgt de overtreffende trap een -e: het mooiste liedje, de snelste trein. Staat er geen zelfstandig naamwoord achter, zoals in Zij zingt het mooist, dan zijn het mooist en het mooiste allebei goed. In geschreven taal zie je vaker de vorm zonder -e.

Veelgemaakte fouten met de trappen van vergelijking

  • zwaarer in plaats van zwaarder: vergeet de d niet bij woorden op -r.
  • groter als in plaats van groter dan.
  • goeder in plaats van beter.
  • meer mooier of het meest mooiste: dat is dubbel.
  • enigste in plaats van enige: enig betekent al dat er maar één is, dus enigste is geen standaardtaal.

Zo oefen je de trappen van vergelijking thuis

  • Speel een trappenspel: noem een woord en laat je kind de andere twee trappen noemen. Neem af en toe een lastig woord, zoals goed of duur.
  • Vergelijk dingen in huis: welke beker is het grootst, welke pen is langer? Laat je kind er een hele zin van maken, met dan erin.
  • Zoek in een tijdschrift of reclamefolder naar vergrotende en overtreffende trappen. Reclame staat er vol mee.

Wil je zien hoe je kind er bij taal voor staat? Doe samen de gratis oefentoets. Meer over spelling oefenen lees je op spelling oefenen.

Oefen het meteen: 4 vragen met uitleg

Kies een antwoord, dan zie je direct of het goed is en waarom. Er wordt niets opgeslagen.

Vraag 1

Wat is de vergrotende trap van 'duur'?

Het goede antwoord is B. Woorden die op een r eindigen, krijgen in de vergrotende trap een d erbij: duur, duurder, duurst. 'Duurste' is de overtreffende trap.
Vraag 2

Welke zin is goed?

Het goede antwoord is D. Na een vergrotende trap zoals 'moeilijker' gebruik je 'dan'. 'Meer moeilijker' is dubbel. En bij 'even moeilijk' hoort 'als', niet 'dan'.
Vraag 3

In welke trap staat 'liefst' in deze zin? 'Ik drink het liefst warme chocolademelk.'

Het goede antwoord is C. 'Liefst' hoort bij het rijtje graag, liever, liefst. Het is de derde vorm, dus de overtreffende trap.
Vraag 4

Welk rijtje is goed?

Het goede antwoord is A. Goed is een onregelmatig woord. De trappen van vergelijking zijn goed, beter, best. Die moet je gewoon onthouden.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de drie trappen van vergelijking?

De stellende trap (groot), de vergrotende trap (groter) en de overtreffende trap (grootst). Met de vergrotende trap vergelijk je twee dingen, met de overtreffende trap zeg je wat het meest is van allemaal.

Is het groter dan of groter als?

In verzorgde taal is het 'groter dan'. 'Als' gebruik je bij gelijkheid, zoals in 'even groot als'. 'Groter als' hoor je veel in spreektaal, maar wordt in schrijftaal afgeraden.

Is het 'het mooist' of 'het mooiste'?

Zonder zelfstandig naamwoord erachter zijn beide goed, zoals in 'Zij zingt het mooist' of 'het mooiste'. Staat er wel een zelfstandig naamwoord achter, dan schrijf je een -e: het mooiste liedje.

Wanneer gebruik je meer en meest?

Vooral bij voltooide deelwoorden en lange woorden waarbij -er of -st lastig klinkt: het meest gelezen boek, de meest praktische oplossing. Gebruik nooit meer of meest samen met -er of -st.

Meer over taal en taalverzorging voor de doorstroomtoets

Bronnen